vrijdag 6 maart 2015

Oude bok


Naar Zurich – niet de plaats, de film. Vertwijfelde hoofdpersoon zwerft langs Europese snelwegen en probeert dood van haar man te verwerken. Weinig tekst, veel gekwelde blikken, ik was er helemaal voor in de stemming.
Naast de vele verplaatsingen in trucks met opleggers wordt er ook eventjes heel hard in gerend.

Groeit daar een kleine bezetenheid voor het beeld van de hollende naaste?

Vier maanden geleden inmiddels dat ik van een sociëteitstrap tuimelde en ’s anderendaags ontwaakte met een zwachtel om de enkel. Ik strompel nog steeds als een oude angorabok.

Plaatje!


De allereerste keer dat Hergé zich waagt aan een rennende Kuifje - deze maand exact 86 jaar geleden (Petit Vingtième, 14 maart 1929). De jonge tekenaar maakt zich er niet Jacobsiaans vanaf en zoekt meteen zelfverzekerd de diepte – hoewel het tweede plaatje de aanwezigheid van een mitella doet vermoeden.

woensdag 4 maart 2015

Draafplaatjes



Wat hebben we hier? Kavel 69 op de komende stripveiling van Christie’s, nogal een pikant nummer voor een origineel uit het frigide oeuvre van Edgar P. Jacobs.

Veilingcatalogi bevatten steeds meer praatjes bij de plaatjes, maar onvermeld blijft hier dan weer hoe archetypisch deze pagina 8 uit Het Gele Teken is. Dat heeft alles van doen met de hollende agent in de eerste strook.

Er wordt namelijk…


…erg veel…


…gerend…


…in Het Gele Teken


…en Jacobs…


…doet weinig moeite…


…met standpunten te variëren...


…en toont zich...


...met de platte en profil-uitbeelding...


…van de renners...


...ook weinig fantasievol.

Een voorzichtige variant treffen we pas aan in het laatste draafplaatje …


…waarop we dokter Septimus huppelend opgejaagd zien worden door een Rhââââh* kirrende Olrik.

Enfin, ook een jaar later, in ‘Het raadsel van Atlantis’, rennen onze helden alweer rap (op pagina 3) en als vanouds langs het oog van de lezertjes:


Een goede deodorant lijkt me voor de protagonisten in dit jachtige universum onontbeerlijk.

*) Lovely?

maandag 2 maart 2015

Vrouwentongen



Maskerade van Bob de Moor – genummerde en gesigneerde foto’s van Jean-Pol Stercq, kavel 13 deze week op de Weekblad Kuifje-veiling van Catawiki.
Stercq kennen we natuurlijk vooral als leverancier van het portret van Hergé (uit 1975) dat Andrew Warhola/Andy Warhol bewerkte en gebruikte om de gefortuneerde tekenaar geld af te troggelen. Georges op zijn beurt bedong een vrijbrief om het gemakzuchtige kunstwerk (hij moest er drie afnemen) voor publiciteitsdoeleinden te mogen gebruiken.

Het begrip ‘leverancier’ is hier relatief. Stercq wist van niks, Hergé zou in alle opwinding ‘vergeten’ zijn hem op de hoogte te brengen. De fotograaf deed ten slotte wat hij moest doen: hij eiste zijn auteursrechten op. Hij had ook, voor een plagiaatzaak, naar de rechter kunnen stappen, waarna we zomaar een vroege Van Giel/Tuymans-affaire hadden.

Overigens maakte de getergde Jean-Pol veel auteursportretten op de redactie van Charlie Hebdo en voor La Galerie-Photo de Tintin, rubriek in het weekblad. Het is een beetje nikszeggend materiaal, naar de maatstaven van nu, maar deze William Vance (uit 1973) vind ik toch wel innemend:


De tekenaar, met peukje achter de vrouwentongen, lijkt hier zo weggelopen uit een sociaal-krities melodrama van Fassbinder (Die bitteren Tränen der Sanseveria, ook met Hanna Schygulla. Laatste week!).

vrijdag 27 februari 2015

Alles moet nog beginnen


Mailtje van D.: ‘Dat Twee maanden weg, niets gebeurd was neem ik aan ironisch?’

Och.


Peter Pontiac in Madurodam, halverwege de jaren vijftig. Wonderlijke foto uit het Spaarnestad Archief - met een even wonderlijk bijschrift: ‘De jongen draagt kniekousen en heeft duidelijk donkere plekken op zijn knieën.’
Heel veel later verplaatsen die plekken zich naar zijn lever.

Maar dit is 29 mei 1956 en alles moet nog beginnen.

182 autokilometers naar het zuiden, in Brussel, verheugt de jonge Fanny Vlamynck zich op de avond, als ze als enige in de Studio’s aan de Louizalaan is achtergebleven – ‘samen met Hergé die er in alle rust en kalmte in de schemering zit te tekenen’.

Als je wilt begrijpen waar het in deze wereld om draait, moet je minstens één keer sterven. En bij voorkeur als je jong bent, dan kun je nog opnieuw beginnen. (Vittorio de Sica)

woensdag 25 februari 2015

Kookkunst


Bon, het leven gaat door - en herhaalt zich onbewogen. Zie de oude bekende in de nieuwe Sotheby’s-catalogus*:



Germaine K., druk doende met de piepers. Die hebben we eerder gezien en dat is ook zo. In 2011 was dit nog een winkeldochter die tijdens de Brafa zelfs als speciale beursaanbieding (‘Van € 4.500 voor € 1.150!’) geen potten kon breken.

We kunnen overigens vaststellen dat Georges geen keukenprinsesje aan de haak had geslagen, zelfs de basistechnieken lijken haar vreemd. De pan zit hoe dan ook te vol om het zaakje goed gaar te krijgen. Niettemin geldt voor deze catastrofale kookkunst een richtprijs van € 3.500 – € 4.000. En ditmaal pikt de getergde Ginette mogelijk een graantje mee van de huidige koopgekte.

Weinig verrassend gaat er op 7 maart in Parijs ook weer een BIJOUX-plaat onder de hamer, en ook dat kavel heeft iets vertrouwds:


De richtprijs blijft aan de veilige kant van de twee ton, wellicht omdat dit de pagina is waarop Mars Gremmen ooit een vrolijk defect ontdekte:


Notitie destijds van de vooraanstaande stripfournisseur uit Gelderland: Irma is in een reuzin veranderd!


*) Een voorbeeldige uitgave met op het omslag Corto Maltese naast een reusachtige eiersnijder van Boretti.

dinsdag 24 februari 2015

Holheid en onthechting



Twee maanden weg, niets gebeurd. Nu ja, bijna niets. Air Canada maakte tussen New York en Halifax mijn koffer zoek. Derhalve klopte ik zonder schone onderbroek aan bij de zus van S. die me niks passends (want: partner van hetzelfde geslacht) kon bieden.
Gevoelens van holheid en onthechting dienden zich de volgende dag aan tijdens een lange zoektocht naar toonbare slips. Ze maken geweldige visschotels in Nova Scotia, maar smaak hebben ze niet: in hun ondergoed wil je niet dood gevonden worden. Om mijn slecht herstelde enkel te ontzien, schuifelde ik ten slotte met een merkloze 6-coulered 6-pack naar de kassa.

Die koffer kwam overigens niet meer boven water.

Waarmee ook de door Buzz Aldrin gesigneerde eerste editie van ‘Return to earth’ met piekfijn stofomslag – impulsaankoop in de Rare Book Room van The Strand in Manhattan – alweer uit mijn leven verdween. Het voornemen om het Maan-plankje in mijn eigen Zeldzame Boekjes Kamer wat op te leuken met verwante snuisterijen werd zodoende in de kiem gesmoord.
‘Och, je hebt ook troep genoeg,’ zei S. harteloos.
Gebelgd antwoordde ik dat ze met vuur speelde. Kon ik er in mijn bonte ondergoed immers niet vlot vandoor gaan met een leuk en fris inkleurstertje?

woensdag 7 januari 2015

01/07


Trots en walging in Brooklyn. In een hotelbar naar het nieuws op een lokale zender kijken waarbij deze cartoon een heel uur fungeert als het centrale achtergrondbeeld:


...

zondag 7 december 2014

Tijdgebonden


I.
‘Als je grapjes wenst te maken over gewelddadige spin-offs moet je ze ook lezen,’ noteerde D. op het begeleidend briefje bij een ongevraagd postpakket. En dus zette ik me gisteravond aan het eerste deel van AMORAS, de nevenreeks van Suske & Wiske ‘voor een volwassener publiek’.

Misschien was ik te volwassen (lees: ouderwets), maar ik betreurde de lompe bejegening van de schurken. Hoofden werden met werpmessen doorkliefd of met rotsblokken verbrijzeld. Wat was er in hemelsnaam gebeurd met de elegante techniek van het knevelen?

II.
Het universum van Hergé is er nog eentje van paalsteken, overhandse knopen en de mastworp met voorslag – min of meer vanzelfsprekend voor een tekenaar die opgroeide met de bondagelessen van lord Baden-Powell. Eind 1930, toen onze held in de Congo vleugellam werd gemaakt met een authentieke rolladeknoop:


…verscheen deze uitgave in de Britse boekwinkels:


Never judge a book by its cover – en beoordeel een oud boek ook niet op basis van de titel!

III.
Bij al het driftige knoopwerk (CRABE alleen al bevat vijf knevelscènes…) moet de Tekenaar beseft hebben dat het bindmoment bij uitstek een narratief rustpunt is, een kans om informatie uit te wisselen of de druk van de ketel te halen met een geestige oneliner:


De fraaiste bondagescène treffen we aan in ILE NOIRE (dat overigens ook de knulligste bindpoging bevat), niet alleen omdat Kuifje hier uiteindelijk toch gedwongen is om geweld te gebruiken, maar vooral vanwege dit opmerkelijke citaat:


Un bon browning bien chargé est le commencement de la sagesse… Het lijkt een hard-boiled knipoog naar de roemruchte, zo niet beruchte tekst van Psalm 111:10: ‘De Vreeze des Heeren is het begin der wijsheid’. Hier maakt Hergé van zijn brave geesteskind heel even een ongebonden actieheld.





Waarde A la Recherche-lezer, ik ontdoe mij even van de ketenen van dit blog. We gaan verder met het ontwarren van de klare lijn in de eerste helft van februari 2015. Voor spoedgevallen kunt u als vanouds bellen met toestel 421.

Bovenal wens ik u fijne feestdagen!

vrijdag 5 december 2014

Steekjes


I.
En hoe liep het af met de dédicace van Hergé op de uitgescheurde albumpagina? De veilingmeester trok het kavel niet terug, maar tikte het toch duidelijk vervalste stuk* gisteravond af op € 470,-.

Catawiki schoddert en rutselt van de groeistuipen waarin het onvermijdelijk is dat er steekjes vallen. Maar deze steek leek me beslist onnozel.

II.
PV-omslag van 20 juli 1939:


Het origineel ligt ter afhamering volgende week bij Millon:


Afmeting 22 x 25 centimeter, met een overambitieuze maar zelfverzekerde richtprijs van € 350.000 – 400.000. Een soberder, maar grafisch veel interessantere omslag uit 1932, met een richtprijs van € 95.000, bleef in juli 2012 nog onverkocht.


*) Er circuleren ook albumversies (BIJOUX, TIBET) waarin het de Kuifje uit dezelfde dédicace ontbreekt aan wenkbrauwen...

donderdag 4 december 2014

Vlucht 138



Je sais, Tharkey!… Vous avez raison : il faut se rendre à l’évidence… Nous prendrons demain la route du retour.

dinsdag 2 december 2014

Oud en uitgescheurd


En wat Catawiki deze week óók hoopt door te sluizen:


Dit zegt het bijschrift:

Een uiterst zeldzame opdracht van Kuifje en Bobbie, gesigneerd door Hergé. Het is gemaakt op een oude albumpagina die uit het album gehaald is om het vervolgens in te lijsten.

Schatting van de veilingmeester: € 1.000 - € 1.300. Dat is het gemiddelde tarief voor een dédicace mét album, iets waarvan het ‘uiterst zeldzame’ overigens ook uiterst betwistbaar is (bij Banque Dessinée werden voor die prijs twee dagen geleden enkele exemplaren afgehamerd).

Kun je zo’n prijskaartje hangen aan een opdracht waaraan in dit geval het opgedragene (het album) ontbreekt? Waarvan de herkomst onduidelijk is (want: uit welk album gescheurd?) en waarvan je je, op basis van die ene foto, kunt afvragen of dit werkelijk een losse, oude pagina is (waar komt, om maar eens wat te noemen, die zwarte schaduw rechts dan vandaan en zien we daar niet ook de bindlijn)?

Los hiervan: jaren geleden legde ik hier al eens uit hoe simpel het is om met een aangepaste inkjetprinter en eenvoudige grafische software zelf albums van een signatuur en eventueel een boodschap te voorzien, inclusief de typische purperen gloed die bij een handgeschreven tekst hoort. Zelfs een doubletloep haalt dan in veel gevallen de twijfel niet weg.
Het aanpassen van de printer (technisch ingewikkeld) is onnodig als de dédicace op een losse pagina moet geplaatst. Dat maakt van ‘losse, oude albumpagina’s met een opdracht’ bij voorbaat een suspect kavel waaraan je noch als veilinghuis noch als koper je vingers zou moeten willen branden.

zondag 30 november 2014

Gewelddadig




vrijdag 28 november 2014

Opwaartse giebel


Mooi slotkavel op de komende Hergé-veiling van Catawiki: een van de 250 exemplaren uit de tirage de tête van VOL 714, gesigneerd en opgedragen aan France en Roger Ferrari. En omdat we elk excuus moeten aangrijpen om de verrukkelijkste der verrukkelijke inkleursters in beeld te brengen:


France zit hier, op deze klassieke opname, rechts van de Tekenaar, de blik gericht op Baudouin van den Branden de Reeth. We zien dat de secretaris de lachers op zijn hand heeft (let ook op de opwaartse giebel van Fanny, tweede van rechts, naast de vader van Georges).

Heeft de baron zojuist een flauwe grap verteld?

Wat we weten, is: het is 1956 en moppen over Hongaren zijn in dit jaar – uit de aard der omstandigheden – buitengewoon populair. We doen een gok:

Baudouin: Ok. Luister. Een Hongaar krijgt een lift van een man in een Mercedes. Hij heeft zo’n auto nog nooit gezien en vraagt waarom er een driepuntige ster op de motorkap staat.
‘Dat is mijn vizier,’ zegt de chauffeur. ‘Daarmee is het makkelijker om over voetgangers heen te rijden. Let maar eens op.’
De chauffeur rijdt nu recht op een voetganger af – en wijkt op het laatste moment uit.
‘Grapje!’ roept hij.
‘Grapje?’ zegt de Hongaar. ‘Waarom week je dan uit? Als ik het portier niet had opengegooid, had je hem gemist!’


dinsdag 25 november 2014

Een beetje gek



Wie hebben we daar? Kees Kousemaker voor zijn stripwinkel, in november 1968. ‘Lezend in een beeldroman’, luidt het onderschrift, en dat in een tijd dat de term graphic novel amper is gemunt.

Omdat inmiddels ook mijn episodisch geheugen begint te flatuleren en de melancholie bitterlijk gaat schrijnen, hinkelen we vandaag down memory lane: de opening van een Amsterdamse stripwinkel (deze maand 46 jaar geleden) die lange tijd een ijzervast onderdeel was van mijn zaterdagritueel:


En net als de NVSH destijds was Lambiek een veilige haven voor oudere mannen met vreemde aberraties. Zoals de 26-jarige Kees Kousemaker het verwoordde tegen de verslaggever van De Tijd (leeftijdgenoot Peter van Bueren):



maandag 24 november 2014

Methaan in voorraad


Onstuimige sms van D. die in Parijs de JUWELEN zag afgehamerd op een vranke vier ton. Ik reageerde met een welgemeend AU! Mijn gekneusde enkel zorgde inmiddels voor dubbel ongemak in de vorm van een gemene ontsteking. Ik slikte diclofenac om de pijn te onderdrukken en maagzuurremmers om de zware dosis te verdragen. Daar werd ik weer zo winderig van dat ik vreesde dat de zwavelverbindingen mijn albumcollectie zouden aanvreten.

Allengs sloeg de angst om in het meeslepende inzicht dat ik straks slechts een lucifer hoefde af te strijken om mijn deerniswekkende zelf en mijn malle verzameling tot ontploffing te brengen.


Maar S. kwam te vroeg thuis en smeet de vensterramen open.
‘Je had wel kunnen stikken,’ zei ze. En een tikkeltje teleurgesteld zag ik het opgehoopte methaan onbenut vervliegen.

vrijdag 21 november 2014

Karaktermoord


Mailtje van A la Recherche-lezer Rich Thomassen die zich verwondert over de verschillende handtekeningen van dokter Septimus, in de oude en herziene versie van Het Gele Teken.
Hij bracht me op een idee.
Ik legde beide signaturen voor aan F., een kennis met een alleszins gevorderd grafologisch inzicht. Over herkomst en achtergrond gaf ik geen informatie.

Allereerst de signatuur uit de oude Lombard-uitgave (die overigens identiek is aan het origineel van Jacobs):


Volgens F. kunnen we deze handtekening toeschrijven aan ‘een krachtige persoonlijkheid met mogelijk narcistische trekken’. De losstaande S duidt op ‘een sterke wil om niet over zich heen te laten lopen’. Opmerkelijk noemt hij daarnaast vooral ‘de ferme punt achter de naam én de onderstreping die exact daaronder eindigt. Dit lijkt me een vingerwijzing naar een onwil om te onderhandelen en een afkeer van compromissen.’

En dan de signatuur uit de opnieuw vertaalde en geletterde uitgave uit 1987:


Hier duidt, meent F., ‘een zekere verkramptheid (gedrongenheid) van het schrift op onzekerheid en mogelijk een laag zelfbeeld’. De doorgetrokken onderstreping ‘moet die onmacht verhullen’ maar benadrukt hier volgens F. juist ‘dat we te maken hebben met iemand die vermoedelijk niet heel stevig in zijn schoenen staat’.

Voor wat het waard is: de grote grap achter dit alles is natuurlijk de rol van letteraar Eddy Ryssack. Hij moet oprecht gemeend hebben een bijdrage te leveren aan een verbeterde versie van Het Gele Teken, maar hielp onbewust het hardvochtige karakter van dokter Septimus om zeep...

donderdag 20 november 2014

Wondermidvoor


Wat komende zaterdag in Parijs óók onder de hamer gaat:


Dédicace van Hergé in LOTUS BLEU: Kuifje als wondermidvoor. En zie die armpjes eens zelfverzekerd omhoog zwieren!

Als je de bal wegdenkt, dan… Wel, dan heb je dus dit:


Slimme keuze derhalve van Spielberg c.s. om voor de rol van Kuifje een balletdansertje te contracteren...

dinsdag 18 november 2014

Om de liefde Gods!


Eén kanttekening nog bij Het Gele Teken (curieus toch hoeveel reacties het duo Blake en Mortimer losmaakt bij de A la Recherche-lezers, maar dat concludeerde ik al eerder).

Heeft het album de tand des tijds doorstaan? Het hangt van het album af. Ik herlas de gerenoveerde versie uit 1987 en legde het rap terzijde. De nieuwe vertaling is getrouw aan het origineel – en dus zeer vermoeiend. In de oude Lombard-uitgave hebben de (te) vrije vertaling en de beperkingen van de mechanische lettering voor de moderne lezer één groot voordeel: Jacobs’ idiote breedsprakigheid is, met name in de verklarende tekstblokken, teruggebracht tot draaglijke dimensies.

Enfin, die oude versie – de versie waarmee ik ben opgegroeid – bleek nog wél goed leesbaar. En soms rijker in taal dan ik had verwacht.

Uit de herziene uitgave van 1987:


Het tekstblok kondigt een blocnootvelletje aan met een angstige noodkreet. De tekening toont een blocnootvelletje met een angstige noodkreet.

De oude Lombard-uitgave:


Tekstblok en tekening zijn hier complementair (en dus in wezen zéér on-Jacobs).

Let bij de laatste afbeelding overigens op het fraaie ‘Om de liefde Gods’ én op de schaduwrijke vouwen in het papier. Op afbeelding 1 heeft Septimus de vouwen duidelijk zelf getekend. Dat maakt hem als geleerde net iets te veel krankzinnig om voor deze lezer nog geloofwaardig te zijn.

maandag 17 november 2014

Wie goed doet...


Rotweer en een dito fysiek – de ideale omstandigheden om een stapel oude tijdschriften weg te werken. Aldus stuitte ik op citaten van de gesneefde Seth Gaaikema, over het script dat hij schreef voor de Kuifje-musical:

‘In elk geval is hij helemaal van deze tijd. Kuifje surft live over de hele wereld. Hij is een pre-internetter. Hij gaat overal heen, wil alles weten. En het goeie aan hem is dat hij nog steeds denkt dat er aan de wereld iets te doen is.’

’s Avonds op de BBC hoorde ik die zienswijze bijna letterlijk samenvallen met een opmerking over de door IS onthoofde hulpverlener Peter Kassig:

‘He traveled the world to appease his restlessness and to help. He really thought he could help.’

Lees de biografieën van de westerlingen die in Syrië hun hoofd hebben verloren: afstammelingen van Kuifje zijn het, padvinders (‘who did their best to lead saintly lives’) die verstrikt raken in een al te bekend feuilleton:



‘De executie zal plaatsvinden in de vroege ochtend’...

Maar voor Kassig c.s. is er aan het eind géén geestelijk vader die met een deus ex machina (of een zonsverduistering) de zaken rechttrekt.


donderdag 13 november 2014

dinsdag 11 november 2014

Uitzonderlijke prestatie


Terwijl ik mij een enkelbrace liet aanmeten, haalde S. een zak appeltjes voor me en de opnieuw ingekleurde en geletterde editie van Het Gele Teken.
‘Vraag je me nou om naar een stripwinkel te gaan?’ vroeg ze bokkig.
Ik knikte. Het leek me binnen de relatie verpleegster-patiënt geen onbillijk verlangen.

Jacobs’ opgekalefaterde meesterwerk bleek inmiddels ook alweer op leeftijd, ruim een kwart eeuw oud. De vertaling is secuur: in de Tower of Londen mogen ze gewoon Goddam! zeggen (en Miséricorde! is hier niet het sneue Wel verdraaid! maar het wat krachtiger Allemachtig!).
De harde inkleuring stond me nochtans meteen tegen.
De ‘vuile’ kleuren uit de oude Lombard-uitgave geven de mistscènes in de docks een ongeëvenaarde sfeer. Die zag ik in deze versie niet terug:


Overigens is de lettering verzorgd door Eddy Ryssack, die we onder andere kennen als de eerste directeur van het Brusselse stripmuseum (in de tijd dat de Zandstraat nog een urban war zone was). Hij doet dat iets te subtiel. Het probleem dat zich hieronder manifesteert, dient zich ook aan op talrijke andere pagina’s:


Een uitzonderlijke prestatie van de tekenaar van Brammetje Bram die smartelijk onvermeld blijft in de Comiclopedia van Lambiek:

Eddy Ryssack (1928 – 2004): De Man die er niet in slaagde De Tekstballonnen van Edgar P. Jacobs te vullen.

maandag 10 november 2014

Wel verdraaid!


Naar de feestelijkheden in Berlijn of naar de feestelijkheden in Londen? Het dilemma loste zich vanzelf op: vrijdagnacht tuimelde ik van een steile sociëteitstrap, zaterdagochtend ontwaakte ik met een elastische zwachtel om de enkel en een bittere pil in de maag. Hoe graag was ik niet Het Kanaal overgestoken om in de Britse hoofdstad driewerf het ‘God save the Queen’ aan te heffen?


Het is vandaag, maandag 10 november, immers exact zestig jaar geleden dat in een zeker weekblad de laatste aflevering verscheen van Het Gele Teken (luttele weken later, in het kerstnummer, nam De zaak Zonnebloem een aanvang).

Overigens werd er in het album waarmee ik opgroeide, veel minder royalistisch gejuicht:


Evenmin leek de vertaler gecharmeerd van de vele Britse krachttermen waarmee Jacobs zijn tekstballonnen kruidde. Al op de eerste pagina wordt er stevig gevloekt (Damned! Goddam!) maar in het antieke druklettertje van de vroege Nederlandstalige uitgave lezen we voortdurend het beschaafde ‘Wel verdraaid!’, zelfs als de op-en-top Britse Blake zich deze kreet van afschuw laat ontvallen:


Situeer uzelf voor uw schrijn met Kuifje-albums, waarde lezer. Pijp uit de mond, diep ademhalen. En dan: proef luidkeels de operateske schoonheid van deze in onbruik geraakte uitdrukking op uw tong:

Mi-sé-ri-cor-de!