vrijdag 5 februari 2016

Pssst! Taxi!


How to hail a cab in New York City?
S. is veruit bedrevener in het aanhouden van een taxi dan ik. Twee vingers omhoog, oogcontact maken met de chauffeur... Ik voel me nog steeds bedrogen door het Hollywood-cliché: arm in de lucht en heel hard ‘Taxi!’ brullen - waarna er effectief een taxi komt voorgereden (Umberto Eco schreef ooit een hilarische column over alles wat in films ‘buiten de kaders’ in gereedheid staat en als bij toverslag kan verschijnen).

Wat ons terug leidt naar het universum van Hergé. Morgen is het precies tachtig jaar geleden dat de Tekenaar (in de Petit Vingtième/Gebroken oor) zijn jonge held voor de allereerste keer een taxi laat aanhouden:


En zie/hoor hoe onwennig Kuifje te werk gaat! Want: Pssst! roepen naar een taxi? Geringe kans dat je met die lokroep de aandacht trekt.

Maar onze held leert snel. Tweede poging, in het direct daaropvolgende plaatje:


Vele jaren later (in Cokes in voorraad) zal zijn geestelijk vader hem in de watten leggen met een taxi die als rekwisiet aanvankelijk buiten het kader voor hem klaar staat:


Let op de openstaande deur die Kuifje de gelegenheid biedt al tijdens het naar binnenrennen dat andere fraaie Hollywood-cliché te roepen: ‘Taxi, volg die auto!’.

maandag 1 februari 2016

Walvismuziek


Op de honderdste etage van het One World Trade Center, in het wel erg gelikte observatorium, was de weemoed weer eens onafwendbaar. Ik miste de klare lijnen en het morsige beton van de oude WTC-torens en verfoeide de glazen wezenloosheid van hun opvolger. Er was amper een connectie met de omgeving – evengoed stond dit rotding in Dubai of Shanghai.

For me, the day of the all-glass building is finished,’ schreef de ontwerper van de oorspronkelijke Twin Towers, Minoru Yamasaki, veertig jaar geleden al in The New York Times. ‘As for mirror glass, I detest it.’

Later die dag, nog steeds ontdaan, zocht ik verkwikking in het oudste antiquariaat van de stad waar de atlas van Frederick de Wit ($ 75.000) zomaar naast een zeldzame* eerste druk van Moby Dick ($ 55.000) lag. Daarmee vergeleken leek het (helaas weinig smetteloze) exemplaar van All the Funny Folks (The Wonder Tale of How the Comic-Strip Characters Live and Love Behind the Scenes) uit 1926 een koopje, maar het afwijzend gefluit van S. klonk als voorspelbare walvismuziek.

Ten slotte liep ik naar de kassa met een gesigneerde editie van Learning to Fly. In deze klassieke ‘Vliegen voor dummies’ wordt onder andere glashelder uitgelegd hoe je je kist niet aan de grond moet zetten:


Het leek me een essentiële toevoeging aan mijn ZWARTE ROTSEN-plankje:




*) En die is, door een voorbeeldige calamiteit, wérkelijk zeldzaam: Only 3000 copies were printed, and it was not a commercial success. Three years later, all of the unsold copies were destroyed in a warehouse fire, making this truly rare and desirable.

donderdag 28 januari 2016

Dong! Dong! Dong!


Bon, waar waren we? In de Llama Inn in Brooklyn, onder andere – hagelnieuw Peruviaans restaurant dat, spijtig, geen lama serveerde, maar wel een uitstekende geitennek. Het was bijna kerst en de gemiddelde temperatuur bedroeg een onwaarschijnlijke drieëntwintig graden Celcius. In die verhitte atmosfeer bevroedde ik de komst van de profeet Philippulus, die (‘Dong! Dong! Dong!’) het einde der tijden zou aankondigen.

Ik zat ernaast. (Of ik liep hem mis, dat kan ook. Het is een grote stad.)

Wel vloog die nacht ons hotel in brand waarna de kleerkasten van het Fire Department nog alles op haren en snaren moesten zetten om de fik te doven. Toen we uren later weer naar onze kamer mochten en onze kleren aanschoten, roken die indringend naar verkoolde schelvis. S. wilde naar een stomerij, mij leek een beetje uitwaaien op de Hudsonrivier leuker en effectiever. Het was de enige ruzie die we in de voorbije drie maanden uitvochten. We hebben zo onze onhebbelijkheden, maar we zijn nog steeds geen Georges en Germaine*.


*) Exact zesenvijftig jaar geleden, in januari 1960, zakt de bitterheid van Germaine tegenover haar Georges naar een historisch dieptepunt. Ze noemt de Tekenaar in het bijzijn van buurman Jacques Martin verscheidende malen Cette fausse crotte de chien wat alleszins een zonderlinge beschimping is: Die nep hondendrol...

maandag 2 november 2015

Toestel 421


2 november dus. Allerzielen. Daar past alleszins deze foto bij van Hergé – vier jaar vóór zijn overlijden in 1983:


Er vallen dit vermaledijde jaar zoveel doden te herdenken dat het mij óók alleszins wijselijk lijkt om een overijlde punt achter 2015 te zetten. Maar dan niet zonder een paar laatste streken van de hand van de Tekenaar:


Ongemakkelijk beeldrijm op de Petit Vingtième van Allerzielen 1939. Linksboven, in het bladvignet, stapt onze held nog lichtvoetig voorwaarts. Rechtsonder keert hij om met verbeten blik.

Bon, er is geen eind aan Kuifje, maar tot januari 2016 is het wel even genoeg. De A la Recherche-praktijk zal, op dwingende voorspraak van Moulinsart, tot de aanvang van de negende jaargang worden waargenomen door dokter Müller. Voor een bezoek aan zijn kliniek kunt u bellen met zuster Fanny: toestel 421.

Ik wens u, op ruime voorhand, fijne feestdagen.

donderdag 22 oktober 2015

Bruut!


14 juni 1931. Om een bordspel af te kunnen drukken, maakt Coeurs vaillants van SOVIETS een bordspel:


Illustratie als antwoord op een lezersvraag over de urgentie om ook deze krantjes te verzamelen. Laten we zeggen: alleen als curiositeit - omdat CV zo voorbeeldig was in het bruut negeren van de oorspronkelijke paginacomposities van Hergé.

Hoe de lezertjes van de Petit Vingtième op 16 juni 1938 het einde van ÎLE NOIRE beleefden…:


…en wat hun Franse leeftijdgenootjes op 30 april 1939 moesten slikken:


Merk ook op dat het Sabena-toestel in het laatste plaatje verbouwd is tot een... ja, wat eigenlijk...?

Of moeten we dat broze krantenpapier juist in huis halen voor het ongekende ratjetoe aan inkleuringen?


Let bij dit voorbeeld op de Opel Olympia, linksonder, die domweg zwart-wit door het kleurenbeeld rijdt…

De merkwaardigste ‘inkleuring’ treffen we overigens aan in enkele afleveringen van TEMPLE.

Rood:


Geel:


En, vermoed ik, geel en groen...:




Ik knijp er even tussenuit. Verder op maandag 2 november.

maandag 19 oktober 2015

Bevende noten


Juweel van een column van Wim Noordhoek* die me heel even de grijsheid van de zondagmiddag deed vergeten. Laten we eens kijken naar het beeld dat hij toevoegt:


Plaatje 5: ‘Ben jij ‘t… Mar-ga-re-ta?...’ (Est-ce toi, Marguerite? Est-ce toi?)

De Milanese Nachtegaal is hier amper begonnen aan de Juwelenaria (< 10 seconden) of Kuifje concludeert al opgelucht dat hij omgeven is door Securit-glas.

In de oerversie (januari 1939) reageert hij juist veel minder alert:


C’est la fille d’un roi qu’on salue au passa-a-age…

Bij die passage zijn we al bijna een minuut gevorderd in het libretto van Jules Barbier! Zingt Castafiore hier een tikkeltje minder overrompelend? Dat zou kunnen kloppen: zie maar eens hoe Hergé in de kleurenversie (derde plaatje) de noten laat beven.


*) Noordhoek ontmoette Hergé in 1971. Zijn televisie-interview riep bij mij een profane vraag op (Stonk Hergé?) en stond aan de basis van een bescheiden olfactorisch onderzoek in drie delen.

vrijdag 16 oktober 2015

Inbox


Scudder: Un bon browning bien chargé est le commencement de la sagesse… Intrigerend onderzoek, overigens!

Wat de Thysville betreft: er is geen album waarin de retouche van de patrijspoort te zien is. De afbeelding was een fragment van de originele plaat:



Maarten: Een verzamelaar in San Theodoros heeft momenteel een exemplaar uit de tirage de tête (500 exemplaren) in de aanbieding. Laten we zeggen dat het géén nieuwstaat* is...



René: Maar anders bouwt u ‘m toch gewoon zelf…:


(Uit: Coeurs Vaillants, 19 februari 1939)



*) De édition noir & blanc uit 1938 die Alain Van Neyghen aanbiedt, is evenmin in goede staat:



woensdag 14 oktober 2015

Het geheim van Monet


En wie hebben we hier?


Nazikopstuk en kunstrover Hermann Wilhelm Göring. Morgen is het precies 69 jaar geleden dat hij een capsule met cyaankali slikte en aldus het vonnis van het Neurenberg Tribunaal (dood door de strop) ontliep.

Maar let vooral op het schilderij rechts van hem.

Daarin herkennen we eenvoudig deze vroege Monet, hier tijdens de kijkdag voor een veiling in Parijs, maart 2014:


La Pluie de Roses (pour la diva).

Dit is het doek dat Hergé inspireerde tot de rozenscène in BIJOUX (pagina 56):


De pijl verwijst naar de opmerkelijk dikke verflaag op het handvat van de paraplu. Onderzoekers van het J. Paul Getty Museum in de Verenigde Staten troffen, zoals bekend, met behulp van een speciale röntgentechniek (MA-XRF) in het pigment een microdot aan, met steganografisch sterk verkleinde informatie.

Enfin, na alle wilde speculaties wordt komende vrijdag tijdens een persconferentie in het Musée Marmottan Monet de inhoud ervan eindelijk openbaar gemaakt. Wordt vervolgd!

maandag 12 oktober 2015

Brownie


Mail van Scudder die peinst over de zusters Augustinessen en de Portugese journalisten, aan boord van de Thysville, 3 juni 1930:

De combinatie van die twee deed me denken aan eerwaarde Abel Varzim, een Portugese geestelijke die in de jaren rond 1930 in Brussel woonde. Hij had daar de strip Kuifje leren kennen en die met veel plezier gelezen. Toen hij rond 1934 terugkeerde naar Lissabon, kwam hij in contact met Adolfo Simões Müller, de latere hoofdredacteur van het kindermagazine O Papagaio. Enfin, de rest kennen we: in 1936, na enig touwtrekken over de hoogte van de auteursrechten, werd Kuifje voor het eerst in een land buiten België en Frankrijk gepubliceerd, voor het eerst vertaald én voor het eerst ingekleurd.

Die inkleuring is vrolijk primitief, zie de allereerste Kuifje-aflevering in O Papagaio, 16 april 1936:


Let op Bobbie die we met goed fatsoen geen Snowy meer kunnen noemen. Een jaar later, in het FARAO-avontuur, is de bruine teint alweer goeddeels uit de vacht gebleekt:


En als Kuifje kort na de oorlog door O Papagaio op vakantie wordt gestuurd, is zijn metgezel alweer bijna de oude:


Overigens een curieus omslag (uit augustus 1945) dat mij evengoed deed denken aan een underground-blaadje uit de late jaren zestig.

vrijdag 9 oktober 2015

Zoek de verschillen


De Thysville in 1939…


…en in 1953…


…overgenomen door het Britse Ministry of Defence en ingezet als het troepenschip Empire Test. Zoek de verschillen... De romp is in elk geval wit geschilderd en heeft rondom een blauwe band gekregen, de masten kleuren crème, de schoorsteen is geel.

Op de tweede foto maakt het schip zijn laatste reis, via Liverpool naar Farlane, Schotland, waar het in 19 juni 1953 (Kuifje wandelt dan op de maan) arriveert. In een destructiedok valt de Thysville/Empire Test in slopershanden van Metal Industries Ltd, een bedrijf dat - o ironie! - werd opgericht in het jaar dat de Thysville zijn maidentrip maakte: 1922.

woensdag 7 oktober 2015

Naar de Congo!


Kavel 5 op de Hergé/Kuifje-veiling van Catawiki:


Bantoetaalgidsje uit 1926 - met een omslagtekening van Hergé – dat me zomaar deed terugverlangen naar een avondje Congolese avonturen met onze koloniale held.

Het vertrek van de jonge reporter naar de Congo is vastgelegd in de Petit Vingtième van donderdag 5 juni 1930. En hoewel het omslag misschien anders doet vermoeden…


…scheept Kuifje zich, zoals bekend, toch echt in op een heel andere stoomboot, de Thysville.

Dit schip van de Compagnie Belge Maritime du Congo vertrok al op dinsdag 3 juni, zo kunnen we opmaken uit een bericht op de voorpagina (donderdagochtend 5 juni) van het Vlaamse dagblad De Volksstem. Daarin lezen we ook dat er méér reporters aan boord waren:


Het Portugese journaille ging vier dagen later weer van boord, blijkens deze scheepsberichten uit Le Figaro:


Aankomst in Congo, in de kleine havenplaats Banana: 19 juni. De Thysville vaart daarna over de Kongo* het Kongobekken in tot Boma, waarna het nog een kleine drie uurtjes varen is tot de laatste stop, Matadi.


‘Matadi! Iedereen van boord!’

Iedereen?

Alleen Kuifje en Bobbie vertonen zich aan de reling. Duidelijk is dat Hergé zich er met een jantje-van-leiden vanaf heeft gemaakt en zijn held aldus een privé-overtocht gunt. Van de 135 passagiers waarvan De Volksstem nog rept, is op de veertien pagina’s die de reis in beslag neemt, niemand zichtbaar.


*) De gele rivier waarboven het volgens scheepsarts J.J. Slauerhoff bitter mijmeren is...

maandag 5 oktober 2015

Het heele leven is toch verloren


Bon, 5 oktober. Sterfdag van Jan Jacob Slauerhoff, dichter, schrijver en scheepsarts die steevast als eerste ziek werd. Auteur van o.a. misantropische kwatrijnen onder de titel: ‘Het heele leven is toch verloren’.

Bij het Nationaal Archief bewaren ze dit curieuze prentje van hem:


Let vooral op het gekunstelde ‘…toen hij…’.

Zo weten we er nog wel eentje!


De Tekenaar mocht, zoals op te maken uit de daaropvolgende snibbige correspondentie, uiteindelijk zijn montuur toch inruilen voor een wat minder blits model.

dinsdag 29 september 2015

Ontstripping


De post bracht twee nieuwe ontstrippingen in wat we inmiddels een klassieke reeks van uitgeverij De Arbeiderspers kunnen noemen.

Meest geslaagde titel is zonder meer die van de mij onbekende, Waalse auteur Will Caulaert:


Caulaert is zeer behendig in het beschrijven van de actie, maar met zijn indringende weergave van de gedachtenspinsels van de hoofdpersonen (waaronder die van de gorilla Ranko!) maakt hij van zijn boek toch vooral een filosofisch bouwwerk. Vijf sterren!

Het konijn dat de Franse bestsellerauteur Ennio Lefort uit zijn hoge hoed tovert, liet zich daarentegen slecht smaken:


Lefort ontstripte al eerder een Nederlands beeldverhaal (Storm, De laatste vechter) wat tot fraai, labyrintisch proza leidde. Maar met de aanpak van Dick Matena’s meesterstuk slaat hij de plank mis. De Avonden geldt niet voor niets als een van de absolute hoogtepunten van de Negende Kunst: tekst en beeld zijn hier ten diepste complementair. Zonder de plaatjes rest slechts de kletsmeierij en loopt het fenomeen van de ontstripping tegen zijn natuurlijke grenzen op.

Enfin, inmiddels is het wachten op de vertaling van Umberto Eco’s Il mistero degli Incas, waarin de Italiaanse semioticus, volgens de eerste lyrische kritieken, de werkelijkheid van vierkante eieren doorgrondt met de ene na de andere rake analogie.

maandag 28 september 2015

Jaarlijkse gruwelshow



Wat hebben we hier? Uitnodiging voor de jaarlijkse gruwelshow die men ‘Gala van de Nederlandse Film’ noemt. Let op de dresscode: het zijn de genodigden in avondtoilet die de traditionele wanvertoning nog enig cachet moeten geven.

‘Dus je gaat mee?’ vroeg S. brutaal, nadat ik had toegegeven dat de voorbije dagen in Utrecht me alleszins waren meegevallen.
‘Als ik je daarmee gelukkig maak,’ zei ik mismoedig.
Met een schijntje flinkheid in het lijf meld ik me vrijdag in plusfour en blauw truitje, speculerend op een zekere terugwijzing* bij de poort.


*) Maar hoe zeker is die zekerheid als we weten dat onze held Kuifje met het negeren van de dresscode schijnbaar probleemloos toegang krijgt tot de chique opera van Szohôd?


Bemerk de afkerige blik van de vrouw links die zich zo mooi heeft opgedirkt. Ze is gedwongen de vier bedrijven van Gounods Faust uit te zitten naast twee swiebertjes die luttele tijd eerder met hun kloffie nog in het Meer van Genève dreven.

dinsdag 22 september 2015

Stukgelezen



‘Dus je gaat dit jaar helemáál niet mee?’ vroeg S., die haar teleurstelling stuurs verbeet. Ik hoorde mezelf beweren dat het Nederlands Film Festival inmiddels een stukgelezen boek voor me was en dat een week in een Utrechts hotel me serieus tegenstond. Een enormiteit waar mijn metgezel schielijk bovenop dook: ‘Boeken die je stukleest, zijn anders wél de boeken waarvan je het meeste houdt.’

Ik wilde een hautain hoofdknikje naar mijn nieuwstatige verzameling maken, maar beducht voor een discussie over de idioterie daarvan, bond ik in.
‘Drie dagen,’ zei ik. ‘Zeker niet langer.’
‘Plus het weekend,’ besloot S. zonder mededogen.
En ik maakte mezelf wijs dat alleen de moedigste mannen een sterke vrouw begrijpen zonder te denken dat haar kracht hun zwakheid is.


Maandag verder (geen dag later).

vrijdag 18 september 2015

woensdag 16 september 2015

Het achterste van de achterkant


Om het schrikaanjagende beeld van De Zwarte Kat te verjagen, stapte ik in een te heet bad met De Zwarte Zwaan. Ongemene apekool uit ’58 van Willebrord Jan Frans Maria Vandersteen die in dit album de journalisten Lambiek en Jerom hun primeurs laat halen uit een kristallen bol van een (vanzelfsprekend) warmbloedige zigeunerin.

De stereotypering van het zigeunervolk is hier even naïef als de kinderlijke verbeelding van de werking van de media. En toch, als in het magisch kristal ’s werelds eerste foto van de achterkant van de maan kan worden geschoten, werkt het opgeklopte vervolg – zelfs in deze vernederlandste versie* - op mijn lachspieren:


Wat is het zwart tussen het einde van de voorkant en het achterste van de achterkant hier anders dan het welgemoede broertje van het Niets uit Malevitsj’ Zwarte Vierkant?**


*) De A la recherche-lezer die me een scan kan sturen uit het originele Vlaamse album ben ik bijzonder dankbaar.
**) Bewering die, vertaald in het Frans, nog aan kracht wint.

maandag 14 september 2015

Bloederig discours


Mailtje van Scudder die deze zomer óók het Guggenheim in Bilbao bezocht en, schrijft hij, voor deze wand iets langer bleef drentelen:


Trotse dragers van de Kudan, de op één na hoogste graad in de Tintinologie, leggen bij deze werkjes van Jean-Michel Basquiat (uit 1981) vanzelfsprekend meteen de link met deze oude ansichtkaart:


De vroegst bekende tekening van Hergé.

Dragers van de Jūdan (de hoogst haalbare graad) zeggen dan nog luid en achteloos: ‘Ah! Le passage d’un train devant une automobile à l’arrêt, sous les yeux d’un garde-barrière, uit 1911!’ Maar niet té luid, want ze weten dat die stellige datering in eigen kring aanleiding kan geven tot een bloederig discours.

vrijdag 11 september 2015

Zwarte kat, naakte keizer


Wat hebben we hier:


Slotkavel op de ‘Exclusieve stripveiling’ van Catawiki. Maar wat is het, behalve ‘gigantisch’?

Het is ‘een vol driedimensionaal beeld die volledig in de stijl ligt van de oeroude Suske en Wiske-tekeningen’. Een kopie in polyerethaan en Italiaanse polyesters van déze tekening, om precies te zijn:


Dat lijkt niet helemaal goed gegaan. De nuchtere kijker zal opmerken dat de kat een hond is geworden en dat Lambiek is beroofd van zijn expressie (van élke expressie). Op de site van Catawiki staat een fotoreeks die het lange productieproces van levendig kleimodel tot het ontzielde eindresultaat stap voor stap documenteert.

Enfin, erkennen dat je een half jaar van je leven hebt besteed aan een monstrum, is natuurlijk zuur. En toch... Er wandelen vele naakte keizers door de wereld van het beeldverhaal, maar deze maakt het wel heel bont, zie de overspannen tekst in de kavelomschrijving:

…door de familie Vandersteen omschreven als de ‘Lamborghini van de stripbeelden’*…

…is volgens experten en critici een mijlpaal in de kruising tussen Pop Art en de 9e Kunst…

Dat er inmiddels € 27.000 is geboden (de veiling loopt morgen af), bevestigt de gedachte dat er ook volop onnozelaars rondlopen die niet van polyurethaan zijn.

*) De goede verstaander snapt dat de discrete familie hier de Lamborghini LM002 bedoelt...

woensdag 9 september 2015

...en raakt alles aan



“Malevitsj had de gewoonte om in de grootst denkbare woorden over zijn zwarte vierkant te spreken. Hij noemde het vierkant 'het gelaat van God'. In zijn boek De niet-objectieve wereld (1927) blikte hij op het vierkant terug:

In 1913 probeerde ik wanhopig om de kunst te bevrijden van het dode gewicht van de werkelijkheid. Ik wendde mij tot de vorm van het vierkant. En dat moest zwart zijn.

Er bestaat in de Nederlandse literatuur een roman waarvan de eerste druk, uit 1979, even zwart en leeg is als Malevitsj' Zwarte vierkant: Het verzonkene, de korte roman van Jeroen Brouwers. De cover is pikzwart, met een donkergrijze letter in het midden. De achterflap: niets dan zwart. Geen tekst, geen toelichting, geen auteursfoto. De beide binnenflappen: idem. Alleen maar zwart.

Op de eerste bladzijde van een van zijn andere romans, Bezonken rood (1981), schreef Brouwers: Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt. Denkend aan Malevitsj kun je op deze zin een variatie maken, een eenregelige ode aan het Zwarte vierkant: het Niets bestaat en raakt alles aan.”

JZ, 12 mei 2015