woensdag 24 juni 2015

Gene zijde


Handen op elkaar voor Yvan Delporte die vandaag zijn 87ste verjaardag viert. Een mooie leeftijd: de onlangs gesneefde James Salter schreef toen nog een van zijn succesvolste romans. Maar van Delporte mogen we fuif noch scheppende kracht verwachten.
Dood.
Al jaren.
En hier in de striphemel betrapt met Hergé en Franquin:


A la Recherche-lezers van het eerste uur weten dat een uitsnede van dit onaardse beeld jarenlang mijn werkkamer sierde. Tot ik werkelijk ging geloven dat de foto een doorkijkje bood naar gene zijde.

Weg ermee.

Want als de doden beginnen te leven, gaan de levenden stilletjes dood.

maandag 22 juni 2015

Gruwelkabinet


Boodschap uit het gruwelkabinet dat Rik Ringers heet. A la Recherche-lezer R. inventariseerde al eens de brute gewelddadigheden uit de klassieke reeks van de twee goede vrienden Duchateau en Tibet (die hun talenten verenigden…*) en mailde me een Excel-sheet die een sterke maag behoeft. Veelbetekenende uitsmijter over de herstart van de serie:

‘En dan durven beweren dat het allemaal harder en rauwer moet!’

Punt gemaakt: er werd in deze avonturen al ongemeen smerig gesneuveld en onze held was er bovendien niet vies van om zélf bij te dragen aan de grimmige schakeringen van dodelijk geweld. Overspannen dieptepunt, volgens R.: het album DODENLIJST waaruit hij een paar scans meestuurde.

Hier zien we, middels een granaat, de criticus en essayist Olivier Triant het loodje leggen:


Hoe langer ik ernaar keek, hoe meer ik getroffen werd door de vreemde onbalans. Links is toch echt de actie, maar rechts is de dynamiek: het slachtoffer hangt vastgenageld in de lucht, de toeschouwers keren zich van het geweld af of buigen er juist naartoe en spreken, realtime, hun afschuw uit. Ze lijken niet de gebeurtenis te becommentariëren, maar (Mijn God! Afschuwelijk!) de wijze waarop hun tekenaar een dodelijke explosie verbeeldt.

‘Gaande de reeks zie je een steeds groter gerief in het tekenen van lijken,’ schrijft R.

Daarop moest ik denken aan een destijds zeer onbevredigende cliffhanger die de leesmap me, begin jaren zeventig, bood:


Rik Ringers’ onderzoek in het verleden, in Kuifje-weekblad. Een hele week wachtte ik op de horror van het beloofde schouwspel, maar de gruwel bleef ongezien en werd slechts benoemd door een aangeslagen Baardemakers:


Let op het detail van de kledingresten. Evengoed haalt niet Show, don’t tell, maar Tell, don’t show de rem van het eigen voorstellingsvermogen.


*) …en met de sympathieke held Rik Ringers de jonge lezers van het JEUGDBLAD KUIFJE spannende avonturen laten beleven, zoals de klassieke flaptekst decennialang beloofde.

donderdag 18 juni 2015

De genade van een glaucoom


Mailtje van D. met een link naar de aankondiging van een nieuw album van die andere reporter, Rik Ringers, waarmee onze held (vijf jaar na de dood van tekenaar Tibet) een nieuwe en gedurfdere weg inslaat.

Ik lees ‘nieuw’ en ‘gedurfd’ en denk dus meteen: ‘gewelddadig’ en ‘introspectief’. De bijgevoegde pagina stelt niet (en dus eigenlijk: juist wel) teleur:


Het becommentariëren van de oude constellatie en de aanhorige clichés heette ooit postmodern, maar heeft inmiddels een baard die nodig getrimd moet worden. Jacques Martin deed het veertig jaar geleden al, met (in het album Giftige sneeuw) een venijnig commentaar van Axel Borg op de kreukelvrije Lefranc:

“Da’s waar ook! Je drinkt geen alcohol, je rookt niet, je liegt en je speelt niet en bedriegen kun je ook al niet. Een kerel uit één stuk! De volmaaktheid zelf! Het moet toch eigenlijk wel verschrikkelijk zijn om helemaal geen kwade eigenschappen te hebben.”

Is het dát wat ons te wachten staat, bij de feestelijke presentatie in 2052 van het eerste nieuwe (volledige) Kuifje-album sinds PICAROS? Een scenarist die opgetogen verklaart dat hij de kloten heeft gehad om uit een heel ander vaatje te tappen? Dat de nieuwe Kuifje harder is, rauwer zelfs. Dat hij verschijnt in zijn onderbroek, dat de aanslagen rondom hem gruwelijker zijn dan ooit en dat zelfs Bobbie wordt afgeknald?* Als 90-plusser mag ik dan hopen op de genade van een glaucoom.


*) Variatie op de opgetogen verwelkoming van Geert De Weyer van de nieuwe Rik Ringers.

vrijdag 12 juni 2015

Maar lees dan toch!


I.


II.
‘Kijk, over het contract kun je oneindig kletsen,’ mailt Scudder me, ‘maar uiteindelijk gaat het toch puur om wat er staat. En ook al willen beide contractpartners dat het anders wordt uitgelegd, dan nog zullen ze het eerst moeten aanpassen voordat ook een rechter er iets anders in zal lezen.’

III.
A la recherche-lezer Scudder wijst ook op de nieuwsbrief* van het Hergé Genootschap waarin voorzitter Jan Aarnout Boer fijntjes uitlegt dat het opduikelen van het contract een prettige bijkomstigheid was:

Boer: ‘Bij de bewijsvoering rondom de rechten van Casterman versus Moulinsart zijn we niet over één nacht ijs gegaan. In de eerste plaats hebben we de albums van Casterman als uitgangspunt genomen. Makkelijk, in alle albums staat duidelijk © Casterman en niet © Hergé.’

‘Daarnaast hebben we ingezoomd op publicaties van Moulinsart en bekeken hoe vaak men in boeken van Moulinsart afbeeldingen gebruikt uit de ALBUMS. Evenzo is gekeken in boeken van Casterman (niet de albums, maar werk OVER Hergé) of en wanneer er een © Casterman, dan wel © Hergé, dan wel © Moulinsart wordt gebruikt. Interessant hierbij zijn de publicaties uit de laatste jaren, zoals de coproducties van Casterman en Moulinsart, bijvoorbeeld La Malédiction de Rascar Capac. Het komt erop neer dat Casterman het copyright blijft behouden over de albums én de plaatjes uit die albums en Moulinsart heeft de rechten op afbeeldingen die hiervan zijn afgeleid.’

‘Een voorbeeld om dit te verduidelijken: als er een koekblik van Kuifje wordt gemaakt, neemt Moulinsart een plaatje uit een album als uitgangspunt. Dat plaatje wordt bewerkt, min of meer ‘losgeweekt’ uit het album en in een nieuw kader geplaatst. Op die manier krijgt Moulinsart zelfstandig het recht op een tekening van Hergé, zonder aan het recht van Casterman te komen.’

IV.
En weten we inmiddels méér over de Nederlandstalige gezamenlijke persverklaring van Moulinsart en Casterman? Objectief gezien is het een vod uit de vertaalmachine. Hoe zit dat? vroeg ik aan persattachée Vivian Vandeninden. Wie bent u? mailde ze terug. En daarna bleef het angstwekkend stil.

Enfin, eind deze maand staan het Hergé Genootschap én Moulinsart nog eens tegenover elkaar: dan dient een Hoger Beroep in het Kort Geding* waarin opnieuw het argument van de eigendomsrechten prominent aanwezig is. En net als bij het door Moulinsart verloren Hoger Beroep in de bodemprocedure wordt deze zaak behandeld door het Gerechtshof in Den Haag. Curieus nieuwtje: de advocaat van Moulinsart blijkt daar het schutterige persbericht te hebben ingebracht. Tikkeltje gewaagd of is het domweg onnozele arrogantie? De Molenslotenaren zeggen, met andere woorden, tegen het Hof in zaak 2 dat men het niet eens is (Laconiek! Totale verwarring!) met de uitspraak in zaak 1 van datzelfde hof…


*) Voor wie de weg is kwijtgeraakt: ik heb op deze plek de nieuwsbrief van het Genootschap toegevoegd waarin de hele kwestie op voortreffelijke en zeer verhelderende wijze wordt samengevat.

donderdag 11 juni 2015

Totale verwarring!


Bon. Liefhebbers van haarkloverij zullen hun vingers er wel bij aflikken, maar niettemin stapte ik, na het gezamenlijke communiqué van Moulinsart en Casterman, beteuterd tussen de lakens.
Was dit nou alles? Was dit de publieke verklaring waar bijna twee weken op moest gewacht?

Wél een felle verwerping van het oordeel van het Haagse hof: (‘Laconiek! Absolute verwarring!):

De manière laconique, la Cour semble avoir fait une totale confusion entre les droits sur Tintin détenus respectivement par MOULINSART SA et les EDITIONS CASTERMAN.

Maar na al die flinkheid lijkt toch vooral het verweer verward:

En vertu des relations contractuelles entre les parties, HERGE a concédé aux EDITIONS CASTERMAN les droits d’édition en toutes langues et pour le monde entier des albums papier « Les Aventures de Tintin ». Tous les autres droits sont restés propriété d’Hergé y compris les vignettes et autres dessins des albums exploités séparément.

En dus :

En conséquence, seules les ÉDITIONS CASTERMAN détiennent les droits de publier les Aventures de Tintin en albums papier, seule MOULINSART SA peut exploiter ou autoriser la reproduction des dessins et vignettes représentant Tintin et tous les personnages issus de l’univers d’Hergé.

Samengevat: Casterman heeft de mondiale publicatierechten van de papieren Kuifje-albums, alle andere rechten zijn eigendom gebleven van Hergé, inclusief les vignettes et autres dessins des albums exploités séparément.

Dat laatste lezen we in de Vlaamse media* terug als: “met inbegrip van de beeldmerken en andere tekeningen van de albums die afzonderlijk beheerd worden.”

‘Vignettes’ verwijst naar de plaatjes in de albums. Het verweer van Moulinsart bestaat er dus uit dat de publicatierechten voor dit:


…bij Casterman liggen, maar dat alle andere publicatierechten voor dit:


…bij Moulinsart liggen.

Succes ermee, in de rechtbank...



Edit: ik vermoedde een slordige vertaling van een persbureau, maar het blijkt een slordige vertaling van Moulinsart/Casterman zélf te zijn (dank aan David Steenhuyse voor deze informatie).

maandag 8 juni 2015

Brandend speeksel



Tintin au pays des Soviets, édition originale noir & blanc "Petit Vingtième" de 1930 (3e mille). Album non restauré (signé Tintin et Milou par un INCONNU). Etat moyen. Estimation : 1500/2000 €.


Kavel 273 op de Banque Dessinnée-veiling van 28 juni: de stoffelijke resten van een SOVIETS uit de troisième mille, gesigneerd door een onbekende.

Er gaat ook serieuzer materiaal onder de hamer, waaronder dit origineel van een Petit Vingtième-omslag uit december 1938*. Leest vooral de overspannen catalogustekst van Philippe Goddin die de ventielen van zijn loftrompet én zijn speekselklieren bijkans in de fik zet om de prijs naar boven de vier ton te toeteren.


*) De complete jaargang in superbe staat is overigens een van de kavels die over een dik uur worden afgetikt op de TINTINOMANIA-veiling (met veel leuk klein grut) van Tessier & Sarrou.

zaterdag 6 juni 2015

Hergé/Moulinsart? Casterman/Hergé!


Contract tussen Hergé en Casterman, 9 april 1942:



Punt 18 uit het arrest van het Gerechtshof Den Haag, 26 mei 2015, zaaknummer 200.149.932/01:

(…) uit een overeenkomst uit 1942 blijkt dat Hergé de publicatierechten op de albums van Kuifje had overgedragen aan uitgever Casterman zodat Moulinsart niet degene is die kan beslissen wie materiaal uit de albums openbaar mag maken en dus niet (machtiging ter zake) de in deze zaak relevante auteursrechten heeft (…)

Zie ook: De rechten op de Kuifje-albums en -plaatjes liggen niet bij de erven-Hergé.

En lees vooral deze voortreffelijke, zeer verhelderende samenvatting van dit juridische akkefietje:









Met dank aan Scudder:
(Hoe meer we doen, hoe meer we kunnen doen; hoe meer we bezig zijn, hoe meer tijd we hebben. Dixit William Hazlitt.)

donderdag 4 juni 2015

Een duistere geschiedenis


Fragment van het omslag dat de Franse lezertjes van het Weekblad eind april 1965 voor de kiezen kregen:


Aankondiging van de volledig herziene versie van ILE NOIRE - de Belgische lezers moesten er nog tot 1 juni 1965 op wachten. En inderdaad, dat is deze week precies een halve eeuw geleden.

Nu valt er veel te vieren in het universum van Hergé, maar in dit geval laten we de champagne - een tikkeltje gegeneerd - onaangeroerd. Want zijn, mét de stoomloc, in de geactualiseerde plaatjes van Bob de Moor niet alle souplesse en dynamiek geslachtofferd? Oud zeer, vier jaar geleden alweer bondig verbeeld en verwoord in de VPRO-reeks Beeldverhaal van Jean-Marc van Tol, hier op bezoek bij Ernst Pommerel:


Let overigens op de gorilla Ranko die rechtsonder op het Weekblad-omslag spreekt van ‘Une sombre histoire’, een duistere geschiedenis. En wat leerden de Nederlandstalige lezers van Kuifje vijftig jaar geleden over de herziene versie van De Zwarte Rotsen?


Daar lijkt mij geen woord aan gelogen.


dinsdag 2 juni 2015

Een reikhalzen naar het haveloze


Naar de slotdag van de Amsterdam Art Fair, in de oude Citroën-garage aan het Stadionplein. De kunst liet me niet onberoerd, maar het was de locatie die me uit het lood sloeg. Opnieuw een stadsicoon dat werd herontwikkeld met multifunctionele kantoor-, winkel- en horecabestemmingen. En in afwachting daarvan: de temporaliteit van de culturele hotspot.

F. schonk me in zijn kwaliteitsstand een perfecte espresso en deed nogal opgewonden over het geurenpalet dat oprees uit de bevuilde werkvloer. Ik rook vooral een verlangen naar de jaren zeventig toen ik als jochie door een rafelige stad zwierf. De opium was er ingeruild voor heroïne, het Vondelpark werd een no-go-area, bevolkt door verslaafde Vietnamveteranen. De stad bleek opwindend vuig en vunzig. Veertig jaar later is het verloop uit de contouren verdwenen, het stedelijk beeld met vlakke kleuren ingevuld en staan die klare lijnen in dienst van een opgeruimd en stomvervelend verhaal.

Plaatje!


Les ravages du temps: Hergé, eind jaren zeventig.

Nous sommes étonnés de ce qui nous arrive
On ne peut croire encore…


vrijdag 29 mei 2015

De krabbel van de bokkige bakkersdochter


‘Heel clever, oude schurk’ mailde D. die me verweet de oorspronkelijkheid van een gesigneerde SOVIETS (exemplaire no. 90) verdacht te maken om ’m vervolgens ‘zelf voor een prikkie’ binnen te hengelen.
Nu overschat je me, schreef ik terug. En tweeëntwintigduizend euro is, in welk opzicht ook, géén prikkie. Trouwens, wat vond hij zelf?
Twijfelzinnig antwoord: ‘Dat is niet de linkerhand van Germaine, hoor. Maar aan de andere kant misschien ook wel.’

Misschien ook wel?*


Links de SOVIETS die veelvraat Alain Van Neygen vanavond tracht te slijten** op de Hergé-veiling van Catawiki, rechts een hoger, veel hoger nummer (waarover later meer).

Enfin, niets nieuws onder de zon. Het gehakketak over de krabbels in SOVIETS (en CONGO, zie hier en hier) is een oude discussie en de facto een vrolijk-infantiel discours omdat het hier onder andere gaat om de signeerkwaliteiten van een bokkige bakkersdochter die zich de rol heeft aangemeten van een draadharige foxterriër. Dr. Riklin had zijn pootjes vingers erbij afgelikt!


*) ‘Dat neem ik terug,‘ schrijft D. later.Vals. Noteer dat maar. Zeker weten. Bijna.’
**) Aanvulling vrijdagavond 22.45 uur: album inmiddels afgetikt op 30.000 euro.

dinsdag 26 mei 2015

Quinta essentia


En hoe verging het ten slotte onze exclusieve (maar ook weer niet zo héél exclusieve) OREILLE? Het album connu à un seul exemplaire vond zaterdag een nieuwe eigenaar - voor € 57.987. Maar de verwondering mocht ik reserveren voor een andere uitkomst. Van het albumaanbod (70 Kuifje-titels) bleef ruim veertig procent onverkocht, vergeleken met vorige edities van de UNIVERS-veiling van Artcurial een ongekend hoog aantal (in 2014 vond honderd procent een koper…).

Marktverzadiging? Of een dipje waar we nog geen conclusies aan mogen verbinden?

Voor andere lollige statistiekjes moeten we naar de Hergé-veiling van Catawiki (aanstaande vrijdag) die wel heel sterk leunt op het aanbod van Alain Van Neygen. De eigenaar van de 9eme Art Gallery kiepert al enkele jaren zijn volledige verzameling in etappes op de markt en komt nu met een extra grote worp van honderd-en-één kavels. En dus:


Origineel naambord dat is losgeschroefd van de originele Studios aan de (originele) Louizalaan. Maar ook veel oude (en onverkochte) bekenden zoals deze TIBET, een van de honderd hors commerce-albums, met een dédicace van de Tekenaar voor de familie De Moor:


Vorig jaar een vaste gast op eBay, met een nimmer gerealiseerde vraagprijs van € 18.000. ‘Zeldzamer dan Tintin au Pays des Soviets,’ voegt Van Neygen er nu hoopvol aan toe. Dát album biedt hij overigens ook aan, in een wat onvormelijke ‘zéér zéér goede staat’:


Met € 22.000 is hiervoor inmiddels de reserve price bereikt. Ik zou zeggen: naar de bodem van de oceaan met die hors commerce-TIBETs en die OREILLES met zwart-wit vignet, stelletje zeekomkommers! De gesigneerde SOVIETS is nog steeds de quinta essentia van de Kuifje-verzameling, de nucleus van een volwassen collectie. Op naar de € 40.000, minstens!*


*) Met inachtneming dat het exemplaar (no. 90) een tikkeltje verdacht is. Rondom dit nummer bestaan een aantal ongesigneerde albums (de ‘lege’ no.89 werd vorig jaar geveild bij Artcurial voor € 18.000). Als koper zul je dus moeten vertrouwen op de echtheid van de krabbels van Georges/Tintin en Germaine/Milou – of vertrouwen op je intuïtie (is het pootje van Milou hier niet te beverig?).

vrijdag 22 mei 2015

Leugens & lichtvoetigheid


I.
Telefoontje uit Cannes, van een broodnuchtere S. Of ik weer eens windmolens aan het bevechten was? Betrapt staarde ik naar het scherm van de laptop. Juist broedde ik op een mailtje aan François Tajan van Artcurial, lichtvoetige vermaning aangaande de vermeende exclusiviteit van kavel 111, de curieuze OREILLE uit het vijftiende duizendtal (Slechts één exemplaar bekend… Jaja).

Un petit mensonge. Un meilleur rendement had ik voor de onderwerpregel bedacht.
Nee, met de lichtvoetigheid wilde het niet echt lukken.

‘Ach, ze zoeken het ook maar uit,’ zei ik tegen S. terwijl ik de mail verwijderde. ‘Volwassen mensen... Nog iets moois en ongemakkelijks gezien?’

II.
Lichtvoetigheid op de originelenveiling van Millon:


De knechten van Hergé zijn hier ruim vertegenwoordigd (met onder andere een euh... canailleus inkijkje van Cuvelier), maar de meester zelf zien we slechts terug in een origineel van Stanislas en in bovenstaande prent van Johan de Moor.
Kavel 84, Le sourire d'Hergé.
‘Naar Da Vinci’ noteert De Moor. Moeten we hier, net als bij La Gioconda, een theorie poneren over het waaróm van de glimlach? Dan gok ik erop dat deze Hergé onbedeesd plezier beleeft aan zijn Syldavische koeterwaals:


Rechts van hem een notitievelletje met een dialoog die we kennen uit het MAAN-avontuur:


De klare lijnen van deze auto…


… doen overigens vermoeden dat de Tekenaar iets anders heeft gedronken dan Klow-water.

dinsdag 19 mei 2015

En dat is 3...



O tijding van vreugde, de OREILLE uit de verbliksemde 15ème mille met de petite image in... zwart-wit.

Relict uit de uitgebeende collectie van Stéphane Steeman die er in het oermanuscript van zijn Tout Hergé (lees: zijn nog ongethematiseerde, grotendeels ongepubliceerde herinneringen) een leuke anekdote aan wijdde (lees: het ECHTE verhaal erachter vertelde). Richtprijs op de veiling van Artcurial, aanstaande zaterdagochtend: € 50.000 - 60.000. Fors, maar verdedigbaar want: Album connu à un seul exemplaire.

Daar gaan we weer.

Slechts één exemplaar bekend? Althans één lezer van dit blog zal zijn wenkbrauwen fronsen en met recht kunnen beweren dat er weer eens kletspraatjes uit Parijs komen. Twee gekende exemplaren dus, en vooruit: dat maakt nog steeds een curiosum. Ditmaal geen gehakketak over de listige prijsopdrijving.

Hoewel?

Het exemplaar van Steṕhane is gesigneerd door Hergé (en in zijn geval moet ik daaraan toevoegen: vanzelfsprekend). Kavel 111 bij Artcurial is dat niet. Hoe kwam ik er überhaupt bij dat dit een album uit de collectie van Stéphane was?

Dat maakt: 3 exemplaires connus.

En nog drie dagen te gaan.

Ik ben benieuwd.

maandag 18 mei 2015

Kleine hamburger!


‘Dus geen spijt dat je niet bent meegegaan?’ giechelde S. zaterdagnacht aan de telefoon.
‘Nee hoor,’ zei ik, ongelogen. Want zij met Woody Allen en Max Rockatansky in het eivolle Cannes en ik in een ledig huis met een stapel boeken die ik nu eens ongestoord kon decimeren.
‘En l-l-lukt het een beetje?’ vroeg S, teut als een jeneverstruik.

Langs de klare lijnen van het voorzienbare, zou ik nu mismoedig moeten bekennen dat ik tot niets was gekomen - de tijd verkwist op het web en aan lichtvoetige lectuur. Maar dat was niet zo. Met (eindelijk!) David Van Reybroucks Congo en de nieuwe vertaling van Berlin Alexanderplatz achter de kiezen, was ik inmiddels flink op stoom in de biografie van de paranoïde en zelfdestructieve, in Zweden mateloos populaire troubadour Cornelis Vreeswijk (Misschien wordt ’t morgen beter – louter op titel gekocht).

‘L-lees ‘ns iets voor uit wat je nu op schoot hebt,’ zei S. argwanend. En ik antwoordde: ‘Daar ben ik, kleine hamburger. Nee, nee, dat niet! Jezus! Aaah! POOP’
‘Zei je nou poep?!’
‘Het is twee uur geweest,’ zei ik, een tikkeltje opgelaten. ‘Ga lekker slapen.’



dinsdag 12 mei 2015

Angst, schrik en afgrijzen


I.
Tip van een A la recherche-lezer: iets minder theatrale lancering van Archibald Pump...


..met de handjes stevig op het stuur doch het gezicht in afgrijzen vertrokken.

Fragment van de omslagtekening van de Petit Vingtième, 7 april 1938. Een vooraankondiging van de dood (La semaine prochaine: la fin de monsieur J.A. Pump, luidt het onderschrift) opdat het de lezertjes straks niet te veel schrik zal aanjagen.

II.


Onze held in een Amilcar (of was het nu een hybride met een snufje Bugatti en een likje Alfa Romeo?). De paradox van de figurines: ze voegen een dimensie toe en leveren expressie in. Meer beeld, minder beeldtaal - het is wachten op de kunstenaar die uit hars overtuigende bewegingsstreepjes giet.

Kavel 28 overigens, op de komende, nogal plichtmatige editie van de Univers du createur de Tintin-veiling. Wel bleef het oog nog heel even hangen op dit curiosum:


Permis de conduire italien enrichi de 4 dessins au stylo Bic représentant les portraits de Tintin, Milou, Haddock et Tournesol. Signé et réalisé en 1964 et 1965. Document intéressant et insolite.
Estimation 2 000 - 3 000 €

III.
Opdoffelende herinnering aan mijn eerste auto. Het rijbewijs kraakvers op zak. De bangigheid en de twijfel van de asfaltfeut - handen aan het stuur gekleefd. Maar de R4 Fourgonnette liet zich bepaald niet oppoken tot 248 km/u. En de angst werd een vrijheidsroes.

Nu. Ging. Het. Allemaal. Gebeuren.

maandag 11 mei 2015

Gestolde werkelijkheid


I.
En met de raketwagen van Fritz Von Opel nasuizend in het binnenoor, moeten we het toch nog even over deze arme drommel hebben:


14 april 1938: John Archibald Pump verongelukt op zijn privé-circuit (en in de Petit Vingtième*). Een klapband: BANG!

Dertig jaar later, in precies diezelfde maand (7 april 1968), sneuvelt Formule 1-rijder en tweevoudig wereldkampioen Jim Clark op precies diezelfde manier. Clark vliegt met 274 kilometer per uur de baan af, Pump klokte in zijn laatste momenten 248 kilometer per uur.

II.
Fraai is het ritme waarmee Hergé de laatste rit van de excentrieke miljonair verbeeldt. De Tekenaar lanceert zijn personage (CRAC) en laat hem, volgende plaatje, landen op de voorpagina van The Daily News (John Archibald Pump est mort).

In de herschikte pagina’s van de albumuitgave verstoort Hergé die cadans…:


…door er de brandende resten van het racemonster tussen te moffelen. Gruwelijk detail, grote misslag.

Let overigens op een ander akkefietje, een detail dat me nu pas opviel. Pump crasht met die bijna 250 kilometer per uur in het hekwerk, laat het stuur los en steekt zijn armen in de lucht: een erg theatrale beweging van overgave en zeker iets wat alleen maar kan in de gestolde werkelijkheid van een stripplaatje.


*) Veel eerder al is hij gesneuveld in Coeurs Vaillants (en in kleur, zie inzet in eerste afbeelding), op 18 juli 1937.

donderdag 7 mei 2015

Een gruwelijk einde



Sensationele avonturen van een kikvors – aankondiging van de derde krantenstrip die Hergé maakte met de schnabbelende boekhouder René Verhaegen (26 juli 1928).

De wekelijkse avonturen van een boomkikker en een schildpad verschenen tussen 2 augustus en 25 oktober in Le XXe Siècle en zijn een vertrouwd hors d’oevre voor de bezitters van Les Débuts d’Hergé en de Chronologie-uitgaven van die andere boekhouder: Philippe Goddin. Het is haastwerk dat, vlak voor de verschijning van het nieuwe bijvoegsel Le petit vingtième, ook nog eens snel moest worden afgerond.

In Huib van Opstals Essay RG een hilarische beschrijving van het abrupte en gruwelijke einde van dit vrolijke verhaal voor kleine lezertjes:

Aflevering tien (4 oktober 1928)– vredig gaan de schildpad en de boomkikker ’s avonds aan tafel als plotsklaps ratten met messen tussen de tanden de kajuit binnendringen!… aflevering elf – de ratten vallen aan!… Twaalf – in een (allermiserabelst getekend) gevecht worden snuiten en schedels ingeslagen, kleuren snorharen rood van het bloed, stapelen lijken zich op!… dertien (25 oktober 1928)– ratten steken de aak met benzine in lichterlaaie waarop alle beesten hun einde vinden in een voortreffelijk getekende, ontzaglijke ontploffing.


Zijn volgende explosie tekent Hergé drie maanden later - voor de allereerste aflevering van SOVIETS – en is misschien iets minder voortreffelijk:



maandag 4 mei 2015

Raketen-Fritz


4 mei – en laten we er niet voor terugdeinzen om ook hém te gedenken:


Fritz von Opel, geboren: 4 mei 1899. In 1928 is hij voortdurend in het nieuws met zijn spectaculaire ritjes in raketwagens:


Vierentwintig raketten (filmpje!) maken een snelheid van 230 km/u mogelijk en verschaffen Von Opel de bijnaam Raketen-Fritz.

Voor wie bij het laatste beeld een vage notie van herkenning heeft: vergeet John Archibald Pump, enter het Katangese negerkoninkje Popokabaka…


… wiens krankjorume avonturen (bedacht door René Verhaegen, zoon van een eierboer en hulpboekhouder van Le XXe Siècle, en geïllustreerd door de fotoreporter en tekenaar Georges Remi) doordesemd zijn van de actualiteiten van 1928. Toen Von Opel overstapte op een raketvliegtuig had het duo onze zwarte held alweer de nek omgedraaid en rommelde wat met een ongeïnspireerd verhaaltje over een boomkikker en een schildpad*.


*) Donderdag meer...

donderdag 30 april 2015

Slechte ingewanden


Vooruit dan maar. Als wellevend bescheid op zijn Jacobsiaanse presentje liet ik me door D. de eerste Nederlandstalige druk van De Valstrik aansmeren. Zónder Kuifje’s punt, maar mét een onderhoudend bijvoegsel: een exemplaar van het stripmagazine Titanic, uit begin 1987. Edgar Jacobs is dan koud ingeslapen en wordt herdacht door tekenaar Frank Bierkens, alias Frank Bierkenz:


Herinneringen zonder twist – of het moet het curieuze opvoeren van Warhols ‘Marilyn diptych’ zijn. Niettemin maakte Bierkenz’ wat onbeholpen in memoriam een flintertje weemoed in me los en ik verheugde me zowaar op een hernieuwde ontmoeting met professor Miloch.

Het colofon van Titanic duwde me in een andere richting. Vaste medewerker van het magazine: Martin Lodewijk. Via uitzending gemist volgde ik alsnog de geestelijk vader van Agent 327 – hangend boven de tekentafel…:


…camera onder zijn snufferd, mijmerend over de dood van zijn broer.

Verdoemde melancholie. Tsjechov indachtig (‘Soms wordt weemoed veroorzaakt door slechte ingewanden’) gaf ik me over aan de reinigende ethanol uit de Poolse wodkafles.

dinsdag 28 april 2015

Überformat


Nog iets besteed op die vermaledijde vrijmarkt? Jawel, twee schamele euro’s voor de catalogus Tim und Struppi - 60 Jahre Abenteuer - vooral interessant door deze fraaie reproducties in überformat:


De met donkere grijsvlakken herwerkte originelen van OR NOIR voor Coeurs Vaillants. Mijn verwende oog bleef tenslotte hangen op dit tafereel:


Onze held met de twee detectives aan het venster van zijn appartement – verschrompeld tot dwergjes onder een kolossaal schuifraam. We hebben het vaker gezien en het blijft me verbazen, die incidentele worstelingen van Hergé met de correcte verhoudingen.