woensdag 1 oktober 2014

zaterdag 27 september 2014

Miraculeuze leuterkoek


I.
Terug van vakantie trof ik in mijn werkkamer een monsterlijke boekenkast gevuld met… Ja, met wát eigenlijk?
‘Zijn dat Kuifje-albums?’ vroeg S. onthutst. ‘Waar komen die ineens vandaan?’
De verbazing was wederzijds. Tot het kwartje viel.
Mijn verzameling.
Helemaal vergeten!

II.
Bon, het jachtseizoen is weer geopend – en dit najaar met het vrolijke kletspraatje van de Brusselse verzamelaar die achter een meubelstuk in zijn huis een originele plaat uit SCEPTRE vond (‘apparue, comme par miracle’, noteerde Le Figaro deze week, als betrof het de openbaring van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes).

De Belg was het bestaan van dit kleinood ‘volledig vergeten’.

III.
‘Dit is een stukje geschiedenis,’ zegt Eric Duroy, expert van het gewiekste veilinghuis Artcurial. Dat valt niet te ontkennen – de plaat verscheen in een ver verleden, op 20 april 1939 in Le Petit Vingtième.

De rest van Duroys klakkeloos overgenomen beweringen is prijsopdrijvende leuterkoek alsmede propaganda voor de stripveiling van Artcurial in november. De plaat gaat daar onder de hamer met een richtprijs van € 200.000 - 300.000 . Zeker niet te hoog, beweert Duroy, want deze originele pagina bevat immers ‘de belangrijkste passage’ in het verhaal (waarin Muskar concludeert dat hem slechts drie dagen resten om de scepter te vinden en zijn troon te redden). Ook noemt Duroy de plaat ‘extra zeldzaam’ door het optreden van Jansen en Janssen (‘Tintin et les Dupondt sur la même planche est une rareté aux enchères’).

IV.
Duroys leuterkoek moet toch vooral verhullen dat er stilistisch eigenlijk niks op deze vondst te beleven is:


SCEPTRE staat vol met iconische scènes*, maar deze ‘belangrijkste passage’ behoort tot de saaiste pagina’s van het album. En misschien wel de lelijkste. Zie de koning eens met zijn laarsjes stijfjes balanceren op het kaderlijntje van het eerste plaatje. En kijk eens naar de onhandige perspectiefwisseling die Hergé inzet (derde plaatje) om bij Muskar goed zichtbaar het zweet te laten uitbreken. Het is ongeïnspireerd haastwerk, een overgangspagina om het avontuur op stoom te houden.

En bijna zou ik zeggen: terecht vergeten.


*) Kijk eens hoe het plezier afspat van de voorafgaande pagina:





Woensdag verder

maandag 1 september 2014

Zondagavond 31 augustus, 21.58 uur



Kleine dood in een hotelkamer in Venetië. De vrouw van de verzamelaar retoucheert de lijntjes in haar gezicht en de verzamelaar zelf zapt verveeld langs de beeldlijnen van tweehonderd televisiekanalen. Rai Uno, BBC2, Rete 4, TeleFriul, France5, TVM. En dan pijlsnel terug naar France5.

Want mille milioni di tuoni e fulmini di Brest!, zagen we daar niet in een flits de bedrukte snuit van Germaine Kieckens?

Het is de aankondiging van episode 10 in de reeks Une Maison, Un Artiste, vanavond met een royaal bezoek aan het bloemrijke optrekje van de Hergéetjes in Céroux-Mousty.
‘Ga je mee?’ vraagt de wijnrood afgeklede S.
De uitzending begint over een klein kwartier.
‘Ik denk dat ik nog een uurtje hier blijf,’ murmel ik. ‘Het eten is niet goed gevallen.’
‘We moeten nog eten, komediant,’ klinkt het hardvochtig. En met een driftige druk op de knop wordt het venster op de wereld – mijn wereld - gesloten.

De Gaulle zei het al eens, met een slag om de arm: ‘Les Italiens ne sont pas tous des cons’ – Italianen zijn niet allemaal klootzakken, maar ze eten zo verrekte laat dat de cultuur eronder lijdt.



Beste & trouwe A la recherche-lezer, vergeef me mijn vrijmoedigheid. Ik vier nog even vakantie. Hier verder op maandag 29 september.

maandag 30 juni 2014

De gevaarlijke grotemensenwereld



I.

Business Only Jets’ – uit het formidabele filmarchief van Britsh Pathé. Marsmuziek stuwt de geavanceerde zakenjet de lucht in, waar een typemachine, een bakelieten telefoon en een rekenlineaal (!) het moderne plaatje een tikkeltje ontwrichten. De Vlucht 714-ingrediënten zijn in elk geval amper over het hoofd te zien.

II.
30 juni – vandaag is het precies 47 jaar geleden dat de Congolese (en tamelijk onfrisse) politicus Moïse Tshombe ontvoerd werd in een gekaapte zakenjet:


Inspiratiebron voor Hergé? Nee, want ‘Vlucht 714’ verschijnt op dat moment al in het Weekblad. Maar een link met de Tekenaar lijkt wel te bestaan. Schrijft althans A la recherche-lezer René Norenburg die me op deze kwestie wees. Hij herinnert zich hoe hij eind jaren zestig als kind naar de promotieposter van ‘Vlucht 714’ aan de muur staarde. Norenburg:

Keer op keer bekruipt mij het gevoel dat ik iets in huis heb gehaald, dat niet meer eigen is aan mijn wereld met Kuifje & Bobbie, maar dat komt uit de gevaarlijke grotemensenwereld.

III.
De Kuifje-complotteur die zich deze zomer wil verdiepen in een pikante affaire (‘Een van de onopgeloste politieke misdaden van de twintigste eeuw’), moet ook dit filmpje bestuderen…


 

… en zich afvragen: wie is toch die geheimzinnige Pierre Davister?

IV.
Zelf vlieg ik er even tussenuit. Vanaf eind augustus zoeken we hier weer verder naar de Verloren Kuifje.

Voor spoedgevallen en noodverbandjes kunt u als vanouds bellen met de praktijk van zuster Fanny, tst. 421.

Bovenal wens ik u een deksels goede zomervakantie.




donderdag 26 juni 2014

Restauratie



‘Zoals klompen vroeger als bloempot dienden of speculaasvormen een haard versierden… werden stripplaten uit hun oorspronkelijke functie ontheven.’

Fragment uit een artikel over ‘de restauratie van een klassieker’ (en dan gaat het over De fantastische avonturen van Corentin Feldoé, van Paul Cuvelier). D. stuurde me de link en het paginanummer (43) naar de Striperfgoedspecial van het Vlaamse tijdschrift Faro.

Aardig verhaal, maar mijn aandacht werd nadien vooral getrokken door de vier pagina’s die ervóór liggen: ‘De donkere achterkant van een idool’, over – inderdaad – Willy Vandersteen en zijn morsige alter ego Kaproen. De aanleiding: het volledige onderzoeksrapport naar de oorlogsjaren van Vandersteen staat sinds een week online. Het blazoen van de Antwerpse volksjongen behoefde overigens geen renovatie, want zoals de auteur van het overzichtsartikel besluit: Het icoon was duidelijk sterker dan de smet.

dinsdag 24 juni 2014

Ik wist het!




maandag 23 juni 2014

Gedeformeerd (2)


Met de trein naar Zwitserland, voor een bezoek aan Art Basel. De beurs wordt ook wel aangeduid als ‘de Olympische Spelen van de internationale kunstmarkt’. Waarbij het wedstrijdelement nogal diffuus is en niet elke tak van sport toegelaten.

Voor wie zoetjesaan en tegen beter weten in is gaan geloven in de slimme marketingpraatjes van Artcurial c.s.* moet Basel een ontnuchterende reality check zijn. De negende kunst is er slechts aanwezig in het hoofd van de gedeformeerde liefhebber. Die stelt zich op voor een doek van Dewasne…


… en denkt aan Hergé:


Meer dan in Zürich (bij psychiater Riklin) zou de getroebleerde Tekenaar verlichting hebben gevonden in Basel. Het aanbod is er zo overweldigend dat vrijwel al zijn oude voorliefdes beschikbaar zijn: Poliakoff, Fontana, Noland, Rosenquist...

Van die laatste rekende Hergé in 1972 twee zeefdrukken af bij galeriehouder Leo Castelli in New York. De tekenaar was een van de eregasten op een internationaal stripcongres en had een paar uur eerder een onderonsje gehad met zijn Braziliaanse collega Maurício de Sousa:


… de onvermoeibare producent van tientallen stripkarakters die ook de kinderjaren van Ronaldinho verstripte. Waarmee we in elk geval één voorzichtige verwijzing naar het WK dit blog hebben binnengesmokkeld!


*) ‘Steeds duidelijker wordt dat het beeldverhaal wordt ingekapseld door het kunstestablishment.’

donderdag 19 juni 2014

Improvisaties



Coole jas, mooie schoentjes ook, rafelig bankje. Jazzpianist Horace Silver, gisteren overleden, op het studioalbum 6 Pieces of Silver. De opnames voor deze Blue Note-klassieker (met onder andere Donald Byrd en Hank Mobley) dateren van 10 november 1956*. Veertig jaar later componeert Silver het catchy ‘Serenade to a Teakettle’, geïnspireerd door, het zal niet verbazen, het fluiten van een theeketel.

ZWARTE ROTSEN, pagina 34, het fluiten van een held:


De jonge avonturier als hansworst… Dat dit album soms op een viering lijkt van ‘the uncool’ hebben we hier al eerder geconstateerd. Het absolute diepte-/hoogtepunt treffen we aan op pagina 12, tweede strook:


Bestudeer aandachtig deze prent en probeer dan een antwoord te geven op de volgende vraag: is dit Kuifje... of zien we hier Dirkjan in een Kuifje-tenue?


*) ‘De Zaak Zonnebloem’ is dan net verschenen en het zal nog (exact!) een jaar duren vooraleer Hergé bij zijn Germaine opbiecht dat hij muziek buiten de deur maakt met het inkleurstertje Fanny.

maandag 16 juni 2014

Wolfsklem revisited


Met die wolfsklem waar onze held zijn fragiele been in plaatst (in ÎLE NOIRE) zijn we dus nog niet klaar. Want ja, waarde lezer uit Dilbeek, dat de jonge Hergé er in juli 1937 ook een Petit Vingtième-omslag aan wijdde, zag ik geheel over het hoofd:


Er ontglipte me nog iets, een akkefietje dat zich afspeelt tussen deze twee plaatjes (KRISTALLEN BOLLEN, pagina 40):


Hier ontbreekt de cliffhanger zoals die verscheen in Le Soir, van 24 juli 1944:


De kapitein, hij zou toch niet…?


Jawel, zien we op 25 juli 1944. Een wolfsklem. Ook hij. En zijn zogenaamde vriend Kuifje lacht hem doodleuk uit!

De wolven, dat waren de Nazi’s, en dus zijn er wat vergezochte theorietjes over waarom Hergé vijf dagen na de aanslag op Hitler een wolfsklem laat dichtslaan… Maar daar gaan we onze vingers niet aan branden.


Donderdag verder.

vrijdag 13 juni 2014

Psychisch



Op de achtergrond: de maanraket van Hergé. Op de voorgrond: een volledig gerestaureerde, vroege versie van de Jaguar E-Type. De maanraket is een onbruikbaar schaalmodel, de Jaguar is authentiek en rijklaar. De maanraket werd eind vorige maand afgehamerd op ruim € 82.000, de Jaguar wordt begin volgende maand geveild en brengt waarschijnlijk iets minder op.
Dat is allemaal volkomen logisch.

De maanraket is vijf meter lang, de Jaguar slechts 4,45 meter.

donderdag 12 juni 2014

Ersatz


Onthutsend mailtje van een trouwe lezer over de herkomst van de Kujau/Hergé* en het treiterende beroep om niets met die informatie te doen. Bon, hier heerst een tandenknarsende stilte. En voort maar weer.

Le Journal de Tintin no. 161:


Aankondiging van de ingekleurde, oorspronkelijke versie van LOTUS BLEU die in de komende nummers wordt gepubliceerd. Het omslag wijkt een tikkeltje af van het origineel van Hergé dat weer een tikkeltje afwijkt van het ‘origineel’ van Kujau. Evengoed kunnen we opmerken dat Kujau een vervalsing heeft vervalst. De bijfiguren uit de jaren dertig ogen op de omslagtekening uit 1978 nog steeds authentiek, maar de Kuifje die Hergé hier op de voorgrond plaatst, lijkt een anachronisme.

2 augustus 1934 – en met hém wil ik onvoorwaardelijk meegaan in zijn Chinese omzwervingen:


Ondenkbaar dat dat sneue kereltje met zijn dik aangezette blosjes op het omslag uit 1978 dezelfde avonturen beleeft. Eind jaren zeventig tekent Hergé een ersatz-held, een valse Kuifje die je nimmer zult aantreffen in een opiumkit.


*) De verkoper gebruikt nu dit blog als verkoopargument en citeert nogal vrijelijk. Maar werkelijk oppassen is het voor de bijgeleverde lijst met ‘converserend uv-werend glas’. Zeker als het Frans glas is, zijn de rapen dan flink gaar...

woensdag 11 juni 2014

Vallend verleden


Gedenken we vandaag het ontzettende vliegongeluk van generaal Michielsen en luitenant Ter Poorten op Java, nabij Krawang, op 14 februari 1916. Persbureau Reuters seinde: ‘Het toestel viel recht uit de lucht, de twee inzittenden waren kansloos’:


Luchtvaartpionier en dienstfrik Hein ter Poorten had de dood evenwel voor het lapje gehouden:


En hij mag van geluk spreken:


Eenmaal ontslagen uit de donkere kamer valt Ter Poorten een paar maanden later opnieuw uit de lucht:


Maar opnieuw vallen de kwetsuren mee, hoewel we op een zeldzame foto van vele jaren later (28 juni 1941, opgeduikeld door Erik Varekamp) kunnen constateren dat de door elkaar geschudde Ter Poorten aan zijn vallende verleden wel degelijk iets heeft overgehouden:


Een authentieke Sponsz-coupe!





dinsdag 10 juni 2014

Greineerschrik



Verkoeling gezocht in het toneeldecor van de KunstRai (‘Een soort huishoudbeurs, maar dan met hedendaagse kunst en zonder gratis samples’, noteerde NRC vals). Van de voorgaande jaren kon ik me geen opwindende editie herinneren, maar toch... De vrees dat me iets zou ontgaan, zeurde en schrijnde als vanouds en was misschien wel net zo hardnekkig als de furunkel op de achtersteven van Hergé. Sigarenfabrikant en kunstverzamelaar Henri van Abbe noemde die angst ooit ‘greineerschrik’. Puzzelaars hebben een streepje voor: die weten meteen dat greineren een synoniem is van mislopen.

Zondagmiddag op de beursvloer constateerde ik dat ik niets was misgelopen als ik was weggebleven. Maar ten minste had ik dat met mijn eigen ogen gedaan, wat bijzonder kalmerend werkte. Ook dat had de oude Van Abbe als een aandoening kunnen wegzetten: ‘bevindingsdrang’.



Donderdag: Hoe vals was de oude Hergé?

donderdag 5 juni 2014

Postmodern funshoppen


I.
Valse verwachtingen, valse bekentenissen, een valse Sponsz* - uitsluitend in overdrachtelijke zin wilde ik deze week een dagelijkse duik nemen in de wereld van de vervalsingen. Maar dinsdag stuurde een lezer me een aantal links naar dit curiosum:


Een door meestervervalser Konrad Kujau gemaakt ‘origineel’ van Hergé, onder andere aangeboden op Marktplaats. Zou het heus? Eerste gedachte: Kujau heeft geen Hergé nagemaakt, maar een De Moor. En toch is het origineel van de afbeelding, voor een omslag van het Weekblad, wel degelijk geveild als een échte Hergé (voor de laatste keer in 2010, voor een tikkeltje meer dan € 40.000).

Tweede gedachte: dit is natuurlijk flauwekul. Of toch niet? Kujau, die hier één keer eerder voorbij is gekomen, vervalste inderdaad alles, dus waarom geen Hergé? (Sterker nog: een van de retrospectieve artikelen na zijn dood in september 2000 over zijn kunstvervalsingen, had als ondubbelzinnige kop: ‘Kujau: From Tintoretto to Tintin’.)

II.
Mailtje naar de verkoper die tevens een Nespresso-apparaat in de aanbieding heeft: Kunt u mij garanderen dat dit een originele Kujau is? Antwoord een halve dag later: ‘Niet voor de volle honderd procent.’ En zoetjesaan begon het me te duizelen. Als dit vervalste origineel ook geen origineel blijkt van Kujau, wat is het dan wel? Een vervalste vervalsing? Wat het ook niet makkelijker maakt, is de (grote) foto hierboven. Publiciteitsbeeld voor een Kujau-expo? Hij komt me bekend voor. Toch een echte Kujau?

III.
Alle details, van de ringbandsuggestie tot de correcties en verkleuringen plus de (voor een ‘origineel’ overigens nogal opmerkelijke) stempel van de Fondation Hergé lijken helemaal samen te vallen met de formule van de betere vervalsing. En zeker in dit geval verzuimt de aanbieder zijn belangrijkste verkoopargument te vermelden: deze vervalsing is aantrekkelijker dan het origineel omdat er domweg meer op te beleven valt. Voor een fractie van die dolzinnige veertig mille haal je een veel attractiever commentaarstuk in huis. En als het evenmin een originele Kujau blijkt, is het (de vervalser vervalst...!) hoe dan ook een postmodern kunstwerk.


*) Wonderlijke foto, via Erik Varekamp. Volgende week meer.

dinsdag 3 juni 2014

maandag 2 juni 2014

Valse hoop



Curieuze promotie voor het nieuwe avontuur van Kuifje. Vintage luchtvaarttassen, een onaangenaam ontvangstcomité en spontane bekentenissen (‘des aveux spontanés’) met de spuit van dokter Krollspell en een flesje Pentothal. Maar intrigerend is vooral het middenbeeld waarin de kunst van het weglaten tot het uiterste is doorgedreven. Wie goed kijkt, ziet nog heel vaag de contouren van een uitgebluste tekenaar.

vrijdag 30 mei 2014

Goudkoorts



De Haagse stripgalerie Panda, van Hans Matla, begin jaren tachtig. Let op de gouache van Hergé, gemaakt voor het omslag van CIGARES, aan de muur uiterst rechts. Het prijskaartje is niet zichtbaar: 60.000 gulden. Matla betaalde er zelf 15.000 gulden voor en zal ’m uiteindelijk, door schulden gedwongen, moeten verkopen voor een halve ton. Tien jaar eerder, in 1971, kocht de Nederlandse verzamelaar Fred Neve de gouache voor vijftig gulden. Vijf tientjes voor een stuk dat op 8 december 1990 bij Drouot in Parijs onder de hamer ging voor 1,2 miljoen gulden*...
Of toch niet?

Enfin, oudere verzamelaars kennen het verhaal, er is veel over geschreven – maar nergens zo fraai en opwindend als in het magazine De Toestand, van Peter de Raaf en Pieter van Oudheusden, uit februari/maart 1991.

Een thrillerachtige longread voor het weekend. En wie is toch die geheimzinnige meneer Gargle?





*) Herleid naar de koopkracht van 2014: twee miljoen gulden. Nog steeds een paar fikse stappen verwijderd van de 2,5 miljoen euro die die vermaledijde schutbladen opbrachten, maar toch.


Rechtzetting


Mailtje van een oplettende lezer die wijst op een storende fout: het abstracte werkstuk van Hergé (kavel 10 op de veiling van Artcurial) staat hier al drie weken op z’n kant.

Niet zo:


Maar zo:


Overigens was er voor de richtprijs van dertig mille geen koper voor het doek te vinden. Die was er een maand eerder wel voor dit Magritte-duplikaat:


Twee veiligheidsspelden in een bewolkte hemel, ‘een ongewone compositie die de kijker onderdompelt in mijmering en bezinning’. Eind april door Banque Dessinée afgehamerd op € 7500. Gedateerd 1966 en gesigneerd door ‘een kunstenaar die tijdelijk bevrijd is van de beperkingen van de strip’: Victor Hubinon. De koper bleef anoniem. Lady X?

woensdag 28 mei 2014

Fictie



I.

De édition universelle (ook wel: édition avant la lettre) van CONGO, uit 1949. Promotionele uitgave waarmee je als vertegenwoordiger zelfs bij de Arumbaya-indianen potten kunt breken. Want zonder titelvermelding en met lege tekstballonnen. Kavel 72 op de Hergé-veiling van Artcurial en daar afgelopen zaterdag afgehamerd op € 34.036. Het is een gimmick waarover ik al eerder schreef.
Maar laten we deze keer, op verzoek van D., inzoomen op de omschrijving in de catalogus:

Album quasi neuf. Huit exemplaires connus.

Bij Coutau Bégarie werd in februari vorig jaar ook een exemplaar afgetikt. Opbrengst: € 25.000. Catalogusomschrijving:

Album à l'état proche du neuf. 9 exemplaires connus.

We zijn een jaartje verder en er is inmiddels één exemplaar minder bekend. Fatale vuurhaard bij een verzamelaar?

Piasa dan, mei 2010:

Un des plus beaux exemplaires connus.

Geen schriftelijke verwijzing naar het aantal bekende exemplaren ditmaal, maar D. herinnert zich nog scherp het intelligent opgeklopte sfeertje rondom dit album en de toelichting tijdens een private expositie in Parijs dat er ‘overall misschien nog maar vier of vijf exemplaren van bestaan’. Piasa vermeldt in de catalogus daarnaast als enige ook de (zeer betwistbare) oplage van dit album: tien exemplaren. Zulke asserties dragen bij aan het opdrijven van de prijs. Opbrengst destijds : € 48.000.

II.
Quasi neuf. Proche du neuf. Un des plus beaux exemplaires. Meer nog dan met dit creatief aanschurken tegen de nieuwstaat, wordt hier gegoocheld met de fictie van de exclusiviteit. Huit exemplaires connus! Bekend bij wie? Bij de ‘experts’? Dan moet je de markt door en door kennen en laat dat nou, wie er verder ook wat over beweert, een illusie zijn.

‘De’ markt bestaat domweg niet.

Wijlen Jan Pieter Glerum, de veilingmeester, bekende ooit dat hij zijn eigen expertise wel moest relativeren omdat er, ondanks zijn ervaring van decennia, zijn kennis en zijn ontmoetingen, ‘een voortdurend besef is van een andere wereld – nee, werelden – waarvan ik geen weet heb of zelfs maar kan hebben.’

III.
‘De expert die tevens handelaar is, moeten we ten diepste wantrouwen. Zijn belang ligt niet in het doorgronden van het verzamelobject, maar in het fictionaliseren daarvan. Zijn verhaal is uiteindelijk de drager van de transactie.’

Dixit veelvraat Boudewijn Büch. Ik kom er binnenkort op terug omdat ik zoetjesaan alle listen en streken uit de kunstwereld gemeengoed zie worden in het stripmilieu. Maar maandag duiken we eerst in een andere wereld, die van de vervalsingen.

maandag 26 mei 2014

To catch a thief


I.
Naar Nice gevlogen, het nieuwe boek van Peter Terrin gelezen (‘Monte Carlo’) en me bij S. gevoegd in Cannes. ’s Avonds aten we zalmtartaar en octopussalade op een terras waar een Zweeds acteur werd bestookt door paparazzi.
Tot zover de mondaine component.
Het boek was beter dan de vis, maar de vis was geheid beter dan de acteur (Dolph Lundgren).

Een paar dagen later zagen we op het Festival de nieuwe film van Jean-Luc Godard - wat even vervreemdend werkte als het lezen van een interview met Fanny. Gevoelsmatig zijn deze Jean-Luc en deze Fanny niet origineel. De gedachte dat de echte Regisseur en de echte Vrouw Van bij een andere eeuw horen en niet meer leven, is een hardnekkige.

II.


Zaterdagavond, een derde prijs voor Godard en, las ik in een sms van D., de hoofdprijs voor Artcurial: ‘2,5 miljoen voor de schutbladen’. Voor dat bedrag in dollars schoot Alfred Hitchcock zestig jaar geleden aan de Franse Rivièra To Catch A Thief, romantische thriller over een voormalige juwelendief.

Overigens lees je bijna nergens hoe die schutbladen op de markt zijn gekomen*. Gestolen uit de Studios, kort na de dood van Hergé? Alleen Le Monde schreef bij mijn weten dat die kans groot is en citeert Benoît Peeters over de periode van onzekerheid onder de medewerkers van Hergé, in de maanden na diens overlijden. Dat er toen veel, heel veel verdween, is bij een enkeling bekend. Peeters, met gevoel voor understatement: ‘Het was een beetje een selfservice aan de Louizalaan’. Wie nam er spullen mee? Peeters: ‘Je kunt beter vragen wie dat niet deed.’


*) In 1992 gingen ze in Parijs al eens onder de hamer voor 430.000 francs, bijna 82.000 euro.





NASCHRIFT, maandagmiddag 15.10 uur:
De verkoopstatistieken waaruit we kunnen opmaken dat a) de gestolen waar wordt verscheept naar de overzijde van de oceaan, en b) de Afrikaanse collectioneurs het weer eens deerlijk hebben laten afweten:



zaterdag 17 mei 2014

Fanny


Je maakt toch ook geen nieuwe Picasso’s?

De Weduwe doet niet minnetjes over de kunst van haar eerste man... Pikante kop boven een interview van Toon Horsten met Fanny, hedenochtend in De Standaard:



vrijdag 16 mei 2014

Calculus


Leuk openingskavel gisteravond op de Catawiki-veiling:


...de gesigneerde debuutroman uit 1953 van de toen 22-jarige David Cornwell onder het pseudoniem John le Carré. Hergé maakte er al een jaar later een verstripping van (publicatie in het Weekblad vanaf december 1954) en verplaatste de intrige van Moskou naar Szohôd, hoofdstad van het fictieve staatje Bordurië:


De Britse verfilming, uit 1964, bleef dichter bij het bronmateriaal: een suspensrijke Koude-Oorlogsthriller met een opvallend gastrolletje van Michael Caine:


In de Amerikaanse remake uit 1999, het hilarisch slechte ‘The Calculus Files’ met Steven Seagal, is de spanning ingeruild voor extreem geweld:


Links Steven Frederic Seagal:


… en rechts Dick Matena. Hoewel de tekenaar diverse malen verzekerde dat zijn gezondheid naar de gallemiezen is en hij zich nimmer meer aan verstrippingen gaat wagen, start Het Parool volgende maand met de dagelijkse voorpublicatie van zijn ‘De zaak Zonnebloem’:


Matena hoopt het verhaal eind 2017 te hebben afgerond.





Ik knijp er even tussenuit.
Terug op dinsdag 27 mei.